vrijdag 7 augustus 2015


In de stilte na de storm   (Bergens Nieuwsblad, 05 082015)                              

Het was voorspeld, compleet met gevarencode. Maar ja, tegenwoordig geven ze die al af wanneer er misschien natte sneeuw of ijzel komt. Alsof óns dat onmiddellijk lam legt. Lam ligt alleen het treinverkeer, helaas te vaak ten onrechte. Dit jaar werd zelfs grootscheeps en bezorgd advies gegeven zodra er zicht was op een hittegolf, waar juist vrijwel iedereen handenwrijvend op zat te wachten, omdat het zomer en vakantie is. Dat Nederland het dus niet zo nauw neemt met die gevarencodering, kan ik me wel voorstellen. Het effect van het jongetje dat telkenmale schreeuwde dat er een wolf aankwam, zodat iedereen alles uit handen liet vallen en zijn huis invluchtte. Terwijl er niets engs was. Totdat hij opnieuw schreeuwde, niemand er meer op reageerde en het halve dorp werd opgevreten. Ach, wat schaamde het jongetje zich. Prachtig, dit soort volksvertellingen. Ze bevatten een waarheid als een koe.  

Toegegeven. Ook ik dacht dat het met die storm zo’n vaart vast niet zou lopen. Maar voor harde wind heb ik wél veel ontzag. Een stevige bries kan al zomaar een tak uit de bomen rukken. Aan regen heb ik daarbij een broertje dood. Dus: bijtijds die boodschappen doen! Wat een wonder is het tegenwoordig dat iemand mij met zekerheid kon geruststellen: “Pas om twaalf uur regent het, zegt Buienradar.” Inderdaad bleef het redelijk zonnig tot ik al mijn boodschappen in de fietstas had. En waarachtig: omstreeks half één werd het stil buiten en dreigend. Een enkele vogel vloog schreeuwend op. Het land lag klaar voor wat al snel de grote schoonmaak zou blijken te zijn. Nog vlug liet ik de hond uit, de eerste spetters vielen.

Snel verschanste ik mij op de bank, trakteerde mezelf op “In the name of the father”, een aangrijpende film over onrecht in de jaren ’70 toen the Irish Republic Army, een paramilitaire organisatie die geweld niet schuwde, regelmatig fel van zich liet horen. Binnen vielen er bommen en harde woorden, namen hippies het met het gezag niet nauw – met alle gevolgen van dien. Buiten bulderde de wind, vlogen toefjes bladeren tegen de ruiten, bogen de takken van de bomen diep door. Ook met mogelijke gevolgen? Toch maar even de auto naar achteren rijden. Stel, dat juist die ene dikke tak… precies bovenop het dak van ons net weer voor anderhalf duizend euro gerepareerde vehikel…? Onvergeeflijk! Een mens kan zelf ook schade voorkomen.

Met grote regelmaat rukte de brandweer uit. Toch reden ook nog automobilisten en fietsers langs. Die durfden! In de beschutte tuin viel het mee. Maar terwijl de hond even plaste, beluisterde ik het gejank van een motorzaag in de verte. Een wegversperring? Waar? Welke boom? Gauw naar binnen – zie je, voor storm dien je echt ontzag te hebben.

Dan is het opeens voorbij. In alle vroegte rijden hond en ik de volgende dag naar het Berger Bos, lopen wij later rond in eigen buurt. De stilte na de storm, zozo, dat valt niet mee. Soms is er sprake van geluk hebben, soms niet. Soms is er sprake van slecht onderhoud, mede door verkeerde zuinigheid – oude abelen zijn schapen in wolfskleren en schietwilgen kunnen boomdikke takken laten vallen, die nooit zo geworden waren, als men ze in toom had weten te houden tot knotwilgen, door ze regelmatig van jongs af aan oer-Hollands te knotten. Geleerd van boeren uit de Alblasserwaard. Afijn. Deze gedachten horen ook bij de stilte na de storm.

Maar vooral bejubel ik telkens weer onze mannen van stavast, die wegen vrij hebben gemaakt, bomen verzaagden, benarde situaties hebben voorkomen, soms met gevaar voor eigen leven. Die nu en straks weer alle rotzooi moeten opruimen, die onmiddellijk dreigende situaties reeds hebben verholpen door op voorhand scheefgeblazen bomen om te zagen, takken bijeen te leggen, wegen en paden vrij te maken. Hulde, mannen héél véél hulde. Waar zouden we zijn zonder jullie? Enorm bedankt! En een dikke, welverdiende zoen van uw columnist.

 


dinsdag 4 augustus 2015


Gevallen vrouw

Gisteren viel ik van mijn fiets. Niet zomaar een beetje, nee, ik werd gelanceerd na tegen een zg. “paal in het wegdek” gereden te zijn. Mijn eigen domme schuld. Die weg bewandel ik al ruim 10 jaar 2x per dag en vaak fiets ik er ook nog eens 2x daags langs. Het blijven vervelende objecten, die paaltjes, dat wel en dat heb ik ook kunnen constateren door de vele bijna-ongelukken die langsrijdende en –lopende medeweggebruikers hebben meegemaakt.

Gisteren was het dus mijn beurt, fietste ik keihard en ja, ónoplettend het mij bekende traject tot ik plotseling “aan de paal” hing, of liever: eroverheen. Met fiets en al, die dat een fractie van een seconde aanhield en toen met mij ter aarde smakte. Ik herinner me, dat ik me eraan overgaf. Wat kun je anders?

In de roman “Erfdeel” omschrijf ik een scène waarin het hoofdpersonage tijdens een eerste pijnlijke echtscheidingsfase van een vage kennis te verstaan krijgt: “Zie je nou niet in, dat iedereen wil dat jij eens goed op je bek gaat?” Dit was een niet zelfverzonnen passage. Ik zou er werkelijk niet eens opgekomen zijn. Heus waar. Mijn mond viel open van verbazing, dat er blijkbaar mensen waren die mij volkomen onverwacht zo’n koud hart toedroegen. Ik herinner me dat ik er ontroostbaar hard om moest huilen. Niet alleen nam ik destijds met moeite afscheid van mijn behuwd leven, maar tevens van mijn leven als “dochter van”, omdat het juist in die periode duidelijk werd dat mijn moeder leed aan vasculaire dementie, zodat de rollen drastisch waren omgedraaid. Zij was zelfs mijn naam vergeten. Maar om mij heen waren veel liefdevolle mensen die mij hielpen, aanmoedigden, geruststelden, zodat ik eindelijk mijn zelfvertrouwen herwon en de zonnige zijde van het leven overal in terugzag. Eigenlijk fietste ik vrij moeiteloos door deze nare fase in mijn leven heen. Het voelde niet als “op mijn bek gaan”, maar meer als “voor mezelf opkomen”.

Daar moest ik thuis, na een eerste slok water met arnicadruppels, languit op de bank en nog een beetje shakey, aan terugdenken, omdat een van de drie me te hulp geschoten en hevig ontdane mensen mij – toen ik weer recht van lijf en leden weliswaar erg geschrokken voor hen stond – vriendelijk toesprak: “Nou, gelukkig valt het mee! Maar misschien moet je eens nadenken wat deze val jou te zeggen heeft?” Heel spiritueel, daar houd ik van. Nadenken deed ik dus en plotseling schoot dat fragment me te binnen.

Goh, dacht ik. Nu ben ik dus letterlijk op mijn bek gegaan. Bijna 20 jaar na dato. Hoe is het mogelijk? Want inderdaad kwam ik echt terecht “op mijn bek”. Het lijkt alsof ik met paarse inkt getatoeëerd ben zodat een stevige blokletter G mijn kin als een sikkel omvat. Naast wat stijve (ook nek)spieren, blauwe plekken en een arm die niet lekker meewerkt, ben ik nog intact. Mijn tanden zijn heel, mijn neus staat recht, de hersenen werken nog en ik kan het volkomen compleet navertellen. Mijn fietsmand is vernield. De ijzeren staaf die erdoorheen geweven is, bedoeld om de mand ovaal te houden, is middenvoor doorgebroken en verbogen tot halverwege de mand! Mijn voorvork met het framestuk, waar de stuurpin in valt, is naar achteren verbogen, zodat het frame ten minste 5 cm korter is. En óf ik gelanceerd werd. Het dringt “the day after”, na er een nacht diep over geslapen te hebben, pas goed tot mij door: ik had echt mijn nek kunnen breken en heel wat botten. Immers: bij mij is enige jaren geleden osteopenie vastgesteld (het voorstadium van osteoporose), waarbij de ruggengraat er al slecht aan toe zou zijn.

Net als 20 jaar geleden stond ik “the day after” op. Dit keer fluitend. Zo liet ik de hond uit. Alsof er een nieuw leven is begonnen, na een inderdaad niet gemakkelijke, te drukke tijd. Diep dankbaar ben ik voor de vele beschermengelen in wie ik heilig geloof en die mij zo ongelooflijk geholpen hebben. Voor de lieve mensen die mij na mijn val bijstonden. Voor hun oprechte warmte, zorg en bemoediging. Voor iedereen die naast en achter me staat. En ja, ook voor mijn fitnessverleden en voor mijn honden, want tot op heden heb ik daardoor een ijzersterk spierkorset opgebouwd dat tegen een stootje kan. En daarmee ga ik het er eens goed van nemen in de toekomst die mij rest, zoals het een gevallen vrouw betaamt.

Giselle op haar eerste eigen, nieuwe fiets, 1962, Bergen, Eeuwigelaan


woensdag 22 juli 2015

Poppenmoeder

"Zuster! Zuster, ik ben in verwachting," schijn ik enthousiast geroepen te hebben tegen zuster Werenfrida van de RK lagere school in Bergen, toen mijn vader me bij het afscheid voor zijn vertrek naar Aruba en Amerika een babypop beloofde. Tja, de dochter van mevrouw Winder, van wie mijn ouders het huis, waar wij toen woonden, huurden, was zwanger en ik vond dat machtig interessant.
 
De non, volkomen verbouwereerd, schijnt gezegd te hebben: "O ja? En wie is dan de vader?" Waarop ik stralend riep: "Míjn papa!" Toen nog geen enkele reden tot ongerustheid en slechts goed voor een familieanekdote, waarvan melding werd gemaakt in mijn fotoalbum. Overigens had ik al een groot (vnl. Amerikaans) gezin, dat ik begon te stichten op Aruba - hier is dat Ansje, vernoemd naar familievriendin Ans Bonn. En hond Timmy, die ik het liefste overal bij betrok.
 
Mijn kinderen, met de mooiste kleertjes die mijn moeder met veel plezier voor me maakte, liet ik elke dag goed verzorgd achter als ik naar school ging, in de wetenschap dat mijn moeder oppaste. Wel kreeg zij iedere ochtend nieuwe aandachtspunten van me op: Cindy is een beetje ziek, het verband om Mia's hand moet verschoond worden en Linda (vernoemd naar vriendin Linda Bonn) moet keurig haar speelgoed opruimen, hoor! Elke dag verzon ik wel iets anders. Toen had ik al een rijke fantasie :-)
 
En nu ben ik nog altijd in het bezit van bijna al die poppen. Plus de prachtige kleding - gebreid en / of genaaid voor zomer en winter. Kabeltruien, kabelkniekousen, gesmokte jurken... Na mijn vertrek naar NL correspondeerden mijn poppen met die van hartsvriendinnetje Menne Merx, met wie ik maar wat graag speelde. Met de poppen natuurlijk.

zaterdag 11 juli 2015


Er zijn grenzen

Zaterdagochtend, klokslag negen. Hond en ik gaan op pad. Weer eens naar het Schoorlse bos, ook al mag ze daar niet loslopen. Een goede training in het wandelen aan “de leiband”. Ze kan nog wel wat lesjes gebruiken.

We zetten er flink de pas in en laten weldra de molen rechts liggen. Ter hoogte van de basisschool vult de smalle weg zich met een groepje mensen. De gemiddelde leeftijd schat ik op 45. Ze gaan zo te zien hardlopen maar beginnen in een laag tempo. Kleurrijke shirts, strakke broekjes, geen gram teveel en goed schoeisel. Aan de linkerkant, nog net niet in de berm, peddelt een mountainbiker rustig mee.

Inmiddels naderen Hond en ik dit groepje van ongeveer 10, dat nog steeds de gehele wegbreedte in beslag neemt. Van wat er besproken word, kan ik het een en ander volgen en ik vat het samen als “Keek op de week”.  Eén van de dames maakt wilde armbewegingen, een warming up, begrijp ik. Omdat Hond voorop loop, maak ik me geen zorgen. Zij zal straks de weg voor mij vrijbanen, want zodra haar zwarte en hijgende lijfje in het blikveld van één van de potentiële hardlopers komt, doen die ongetwijfeld een stap opzij, houdt het armzwaaien op en dan kan ik hun moeiteloos inhalen.

Bijna is het zover. Dan hoor ik opeens een bescheiden fietsbelgeluidje. Blijkbaar wil nog iemand een poging wagen de meute in te halen. De mountainbiker hoort het ook. Hij kijkt om. Ik loop in zijn kielzog, uiterst links van de weg. Maar er gebeurt niets. Hondlief is bijna naast de groep wanneer een zachte, beschaafde en bescheiden stem vraagt: “Mag ik misschien even inhalen?”

Hèhè, de groep dikt in, de dame – ik schat haar begin 80 – haalt in en ook Hond en ik krijgen vrij baan. Aan mijn gehoor mankeert ondertussen niets. Of spreekt het gezelschap gewoon luid?

“Wel handig dat een fiets een bel heeft,” zegt nummer één. Het klinkt een beetje beledigd, of zal ik zeggen beledigend? “Ja, zeg dat wel,” reageert nummer twee. “Erg handig, zo’n bel. Maar ja, dan moet je hem natuurlijk wel weten te vinden!” Er wordt gelachen. “Nee joh. Ze wist gewoon niet meer hoe het moest,” roept de derde. “Tja, alles wordt moeilijk, als je zo nodig op die leeftijd nog moet fietsen in het weekend,” zegt weer een ander.

Mijn gevoel voor rechtvaardigheid is nog altijd zeer actief. Het aanleren van de deugd “bescheidenheid” behoorde vroeger tot de opvoeding en is tegenwoordig een welhaast onbekend fenomeen. Voor bescheiden mensen – meestal behorend tot een oudere generatie  is er vandaag de dag geen ruimte. De dame in kwestie deed er juist al goed aan vroeg te gaan fietsen om de wielerploegen, rennershorden en strandgangers te ontlopen. Als door een bij gestoken draai ik me dan ook om: “Ze hééft gebeld, mensen. U – ik wijs naar de man met de fiets – kunt dat beamen, u hoorde het. De rest nam gemakshalve de hele weg in beslag en was te druk met zichzelf.” Ik maak daarbij met mijn hand het gebaar van een kwekkende Kermit de Kikker. Zo. Dat voelt na al die denigrerende opmerkingen goed. Natuurlijk komt er van de mountainbiker een vergoelijkende opmerking. Daar reageer ik niet op. Ja zeg. Ik kom hier om te genieten. Er zijn grenzen…

vrijdag 3 juli 2015


Eindelijk weer bloggen!

Een bezige bij mag ik dan zijn – er blijken grenzen te zijn aan mijn kunne. Schrijf ik dat goed? Bestaat dit woord in dit verband? Of loop ik opnieuw aan tegen een van mijn grenzen? Afijn. Het moge duidelijk zijn. In mijn overactieve toch al ruim 60 jaar oude lijf ontwikkelde zich door de frequente verfbewegingen die ik soms dagen achtereen maakte – het record ligt op tien dagen aaneen – RSI. Normale mensen krijgen dat van het dagelijks achter hun tekstverwerker zitten. Ik dus van het hanteren van de verfkwast.

Aanvankelijk dacht ik dat ik van het steeds omhoog kijken naar de te bewerken plafonds, muren en deuren misschien wel een nekhernia had overgehouden. Dat tintelen in mijn vingertoppen en het doorlopende gevoel, alsof ik constant het elektriciteitsbotje in mijn elleboog stootte, vertrouwde ik voor geen meter.

Lieve vriend en voormalig masseur en triggerpointspecialist Victor de Bie hielp me onmiddellijk af van die angst én van de problemen. Hulde. Gewoon aan de eetkamertafel, door me eens goed en vakkundig, trefzeker en daarbij ook nog prettig te knijpen in mijn nek- en schouderspieren. Het getintel is weg!

Inmiddels heeft hij zichzelf omgeschoold omdat hij helaas om gezondheidsredenen mij en anderen niet meer kon behandelen. Al eerder, maar ook recentelijk heb ik me ervan kunnen vergewissen dat hij net zo goed gitaar speelt en zingt als dat hij destijds masseerde. Zo is hij.

En daarom wijd ik, nu ik eindelijk weer eens tijd vind om te bloggen, een van de eerste stukjes aan hem. Want doet hij iets, dan wel met hart en ziel. Dat voelde je en dat voel je nog steeds. Je hoort het nu ook – heerlijk, wat een rustgevende, zwoele en gezellige muziek. Vem Bossa, met uitstekende Braziliaans-Portugese uitspraak, zodat je je waant aan de Copa Cabana, terwijl je gewoon bij Strandpaviljoen Struin zit aan de Noordzee en gewoon met elkaar kunt blijven praten, zo je dat zou willen. Ga ook eens genieten en doe hem dan vooral mijn groeten.

Nu is het voor vandaag welletjes. Stel dat ik anders toch van het bloggen achter die tekstverwerker ook RSI ontwikkel…


Berg je voor dit vergif, Bergen en verre omstreken!                                                                 

De zomer zet door, mijn tuintje staat in volle bloei, de hortensia’s lopen uit en het onkruid tussen de tegels ook. Dat belooft heel wat wiedwerk. Maar alles is beter dan spuiten met onkruidverdelger. Wie nog beweert dat Roundup onschadelijk is, heeft een gigantische plaat voor zijn hoofd. De fabrikant van dit product is al tot 5x toe op de vingers getikt, omdat hij misleidende reclame maakt voor dit gif. Ja, GIF, u hoort het goed. Het is eigenlijk van de gekke, dat wij nog altijd kwistig ons tuintje kuisen met stoffen die mens, dier en milieu vergiftigen. Ik herhaal het nog maar eens, misschien helpt het. Overigens geldt mijn aanhoudende zorg ook voor allerlei andere soortgelijke vergiften, zoals AAWiedex, Touchdown, HG Onkruidweg, Bayer Clean-up (Turbo), Bayer Brush Killer, Brush Advanced etcetera. Soms staat erop dat het “biologisch afbreekbaar” is, maar niets is minder waar. De producenten hebben een term ontdekt, waarmee ze bij velen onder ons elke vorm van schuldgevoel en onrust weg weten te spuiten.

Het schijnt voor gemeenten verboden te zijn Roundup te gebruiken om stoepen en pleinen onkruidvrij te houden. Toch werd onlangs bericht, dat diverse gemeenten deze strikte aanbeveling negeren. En het staat nog altijd in de winkelschappen. Dat verbaast me. Want zouden we er nou niet met zijn allen beter van worden, wanneer we níet blootgesteld worden aan deze giftige verdelger waarin kankerverwekkende stoffen zitten? Daarbij denk ik aan kinderen die op stoepen en in de bermen spelen, aan honden die er lustig op los snuffelen en die de afgelopen jaren – ongeacht welk ras – diverse vormen van kanker blijken te hebben. Terwijl dat vroeger dus nooit bij onze viervoeters voorkwam. Dat er ook in onze gemeente met een of ander middel kwistig op los gespoten wordt, mocht ik vorig jaar ervaren. En dat, terwijl ik nota bene mijn stoep en de ernaast gelegen berm zichtbaar keurig onderhoud. Je kunt er bijna een liniaal naastleggen, zo recht loopt het gras langs mijn stoeprand. Wat deden de heren spuiters? Zij verdelgden een grasrand van zo’n twintig centimeter breed. Tegen de tijd dat ik het ontdekte, was die gehele grasstrook geel geworden en weer enige weken later werd het kale, zwarte aarde… Nu pas begint het groen te worden. Tot de spuiters weer langskomen, vrees ik. U begrijpt dat ik des duivels was. Houd ik de grond waarop en waaraan ik woon ter grootte van een postzegel op handen en knieën onkruidvrij, zodat de mooiste insecten, leukste vogels en allerhande andere diertjes zoals mieren, slakken en spinnetjes, in harmonie op mijn terrein het biologische evenwicht in stand houden, is dat binnen een paar minuten door een niet alerte gemeentespuiter verpest! Het gevolg? De merel die mij dagelijks om zeven uur ’s avonds, (mijn tuiniertijd), toezong en bejubelde, lag dood op de oprit. Want ja, die wist dat het veilig was om na het zingen de kleinste zaadjes tussen mijn tegels op te pikken. Alleen nu even niet – wist hij veel, arme ziel.

Zo ontnam deze gemeentewerker (of ingehuurde spuitgast) mij niet alleen de lol van het zelf schoonhouden van mijn eigen straatje, maar ook nog mijn dagelijkse aubade. Daarnaast werd er kostbare tijd verspild, want wie spuit er nu op een schone stoep? Bovendien druiste deze vooringenomen “hulp bij het wieden” in tegen het regeringsbeleid, dat ons ertoe aanzet zo min mogelijk een beroep te doen op de verzorgingsmaatschappij.

De wereld wordt schoner zonder verdelgers en gifspuiterij. Rijd voortaan s.v.p. mijn huisje voorbij! Dan houd ik het hier redelijk paradijselijk. Bekijk voor de aardigheid de volgende links en huiver. Berg je voor vergif, Bergenaren, boeren en buitenlui en iedereen die er open voor staat te werken aan een betere wereld. Verbeter hem en begin bij jezelf. Een oude volkswijsheid...  





Lekker weertje

Eindelijk zomer met warmte en strandweer. Eerlijk gezegd heb ik het tot nu toe niet echt gemist. Ik klaag sowieso nooit over het weer – misschien blijkt daaruit wel, dat ik niet echt een Hollander ben? Nou, nee. Is het niet gewoon jammer van je energie? Dingen die je niet kunt veranderen, kun je beter gewoon accepteren.

De frisse voorzomer? In dit geval was ik er blij mee. Nog net voor de hitte zich over ons land ontfermde, waren mijn schilder- en opknapwerkzaamheden klaar. De vlag kan uit, het huis staat te koop en degene die het aanschaft, kan zich verheugen in een onderkomen met een goede sfeer en fijne vibes, met veel licht en zon, met een heerlijk bos en een immense heide die te bereiken zijn binnen 3 minuten. Je hoeft alleen maar de weg over te steken. Dan zit je op het landgoed van het voormalige sanatorium voor TBC-lijders en diamantslijpers met stoflongen, Zonnestraal. Een toepasselijke naam, zo in de zomer. De diverse prachtige, authentieke gebouwen van architect Duiker (1890-1935) die beschouwd wordt als een ultiem voorbeeld van het Nieuwe Bouwen, zijn een lust voor het oog en het verveelt nooit erlangs te lopen. Er zijn nu diverse poliklinieken in gevestigd en een praktijd voor tandheelkunde. Altijd handig. Je kunt er heerlijk lunchen in het heel mooie Termeulen Paviljoen.

Dat kun je trouwens ook in de Landgoedwinkel, waar mensen met een beperking je altijd weer even vriendelijk verwelkomen en waar hondlief zo haar eigen privileges heeft. Eén brengt een drinkbak, een ander twee kluifjes, een derde wat aaitjes en een vierde een knuffel. May waant zich Sneeuwwitje, ware het niet dat ze nog altijd gitzwart is. En wij vragen ons allebei altijd af wat die beperking toch inhoudt? Het is er fantastisch, vooral omdat er een werkelijk prachtig aangelegde moestuin omheen ligt, waarvan je de groenten en aardbeien kunt betrekken. Er loopt iemand mee die het allemaal voor je afsnijdt. Boterzachte peultjes, bijvoorbeeld!

Daarnaast heeft het huis prettige buren, de buitenkant is goed geschilderd, de voegen zijn waar nodig hersteld en de elektriciteit is helemaal doorgemeten en gecontroleerd. Bijna zou ik er zelf wel in willen wonen, maar natuurlijk zijn we in de loop der jaren verknocht geraakt aan de kop van Noord-Holland, de kust en de lieve mensen die we er inmiddels hebben leren kennen. Het vriendelijke buurtje en het dorp. Bos en duin, strand en zee. Niets mooiers dan ’s ochtends heel vroeg met de hond naar het strand te gaan. Pootje baden, terwijl zij zwemmend de bal ophaalt. Na al die jaren verveelt dat nooit. Mijn hart en huid gaan open in Bergen aan Zee.

Maar een straf is het niet te vertoeven in Nieuw-Loosdrecht, aan de rand van Hilversum, op 20 minuten rijden van Utrecht en ook vlakbij Amsterdam. De reuring kun je makkelijk opzoeken en daarna volgt aan de Rading de rust. We hebben overwogen op de fiets naar Utrecht te gaan – slechts 17 kilometer ! – om zonder parkeerproblemen de start van de Tour de France mee te gaan maken. Was dit niet een zeldzame kans? Maar helaas. Andere prioriteiten. Het lekkere strandweer, de warmte.
 
Mooie May aan het strand