vrijdag 18 juli 2014


May Day, May’s Days...

Zonder trouwe ouwe Molly tekort te doen hebben we besloten de leegte op te vullen die is ontstaan na haar dood. Hand zoekt nu eenmaal telkens hond. En hoor ik daar getrippel op de vloer? Het kraken van de mand? Geen enkele wandeling is zo leuk als met een viervoeter om je heen. En naar zee gaan krijgt er meer diepgang door. Los daarvan laat ik me graag vertederen door de grapjes van honden, hun aandoenlijke gedachtegang, vondsten en oplossingen. Net als bij het kijken naar kinderen kun je je door dieren zo mooi laten verwonderen. Als je 28 jaar honden gehad hebt, is het vanzelfsprekend dat je moet wennen aan dagen die opeens voor jou alleen zijn. Niks aan. En tenslotte was ik als kind al zo gek op (deze) dieren.

Als hand in de afgelopen weken geen hond vond, maar vooruit, dan tóch weer het toetsenbord van de computer – dit mens moet wat – klikte diezelfde hand sites aan, waarop honden aangeboden worden die opgevangen zijn in het buitenland, zodat hen een tweede kans geboden wordt om te voldoen aan hun recht op een gelukkig leven.

Op één van die sites vond ik de labradormix May. Ze keek me telkens aan en elke keer dacht ik: “Ze is er nog.” Vijf maanden oud. Jong genoeg om met een liefdevolle begeleiding en veel aandacht alle kanten mee op te kunnen, vooral de goede.

Op een dag keek ze me weer aan, keek ze óns aan. Ze is er nog. Wacht ze op ons? Moet het dan zo zijn? De knoop werd doorgehakt, geld voor de overtocht overgemaakt. De formulieren zijn ingevuld retour gezonden en vol bewondering voor de professionele en zorgvuldige manier, waarop er met de opvanghonden van Robustiano wordt omgegaan om te voorkomen dat deze dieren van de regen in de drup terecht komen, wachten wij op de komst van May. Net als ik is zij een "eilander". Ze komt van Gran Canaria.

We praten over haar, zijn gewend geraakt aan haar naam en als zij dat ook blijkt te zijn, blijft zij gewoon “May”. Op zijn Engels.
Het heeft wel iets. “Gaat May mee naar zee?”  “May, kom je mee?” En wat te denken van de naam van haar hondenhoekje in de keuken: “May’s happy place”. Onder “Molly’s Corner” was daar nog ruimte voor. Zie je nou? Het bijt elkaar niet...

En dan die lieve, positieve reacties van de diverse vrienden die al op de hoogte gebracht zijn.

Van May-be naar May be. Ofwel: van “misschien” naar “het mag zo zijn”. Welkom May en dank aan het team van Robustiano! En aan degene die een advertentie voor haar plaatste op "Baasje Gezocht". We zochten, vonden en kijken er nu naar uit haar op te halen van Schiphol. May Day, May’s Day’s…


 

vrijdag 11 juli 2014


Vakantieliefde

Gisteren begonnen we de dag redelijk vroeg. Met een missie. Er moet een nieuwe voordeur komen. Eén met een Hans-en-Grietje-luikje. Als in de toekomst de bel gaat, zwaai ik niet meteen de hele deur open, maar alleen dat mini-draairaam. Lijkt me geweldig. Knibbel, knabbel, knuistje…

In het derde deurencentrum kwamen we tot een offerte. Niet dat in die andere centra de bediening te wensen overliet. Integendeel. In de kop van Noord-Holland is de klant nog koning. Een vorstelijke ervaring, kan ik je verzekeren!

Inmiddels reden we met blij gemoed halverwege Medemblik. En voor we het wisten, zaten we plotseling in een totaal andere wereld, aan boord van de Cygnus, het zeilschip van vrienden. De koffie smaakte goed, er woei een zacht windje. Zodra je voeten een steiger voelen, ben je sowieso meteen al ontspannen, laat staan wanneer je lekker lui in de kuip zit, terwijl de stagen voorzichtig klappen tegen de mast en de stemming prettig is. Maar de missie was: een nieuwe voordeur, dus op het aanbod een stukje te varen, gingen we wijselijk niet in.

Toch laat ik ook het einde van die ‘s zomerse dag niet onvermeld. Thuiskomen vind ik ook na leuke bezigheden het beste wat je kan overkomen. Wat zich achter mijn voordeur afspeelt, ontspant me het meest. In dit jaargetijde kun je daar gerust de tuin bij betrekken.
 
De namiddagzon scheen, het ligbed wachtte. Begon ik deze week om 10.00 uur op het strand een bijzondere relatie met Kees de jongen en slaap ik sindsdien alle nachten met hem in, op mijn terrasje ontbrak hij evenmin. Ik ontmoette hem op de markt in Bergen, waar het sowieso altijd gezellig is. Om hem heen kon ik niet. Hij claimt me wel een beetje, maar vooruit. Zulk lachen met die knul.
 
Hij is al een ouwetje hoor. Geboortejaar 1923, net als mijn moeder nota bene. Maar zijn fantasie en humor doen het anno 2014 nog steeds goed. Hij amuseert en vertedert me, zijn pure gedachten volg ik met empathie, de band met zijn vader is hartverwarmend. Met plezier volg ik hem, deel ik mijn tijd met hem. Best wel toegewijd, want dat verdient deze knaap, mijn vakantieliefde. Het quasi onverschillige dat hij soms bloot legt, kan hem misschien nog eens duur komen te staan. Best spannend, maar ik vertrouw erop dat hij zijn weg zal bewandelen met opgeheven hoofd, tot het eind. Ondertussen blijf ik me graag in hem verdiepen en vind ik het leuk dat hij mij op zijn leeftijd met zijn jeugdige overmoed in zijn greep houdt. Zo wil ik óók wel oud worden!

O, jee. Terwijl ik uit mijn raam kijk, zie ik hem al liggen onder de parasol. Kees, jongen, ik kom eraan, hoor! Even nog wat factor 30 op de benen - tja, dit is per slot 2014, man - en dan ga ik met jou een bakkie doen!
 
 

donderdag 10 juli 2014


Die gelukkig makende combinatie                                      

Als er iemand met succes een ster was in het focussen, dan was het wel mijn labrador Molly. In ruil voor haar aller-charmantste likjes op hand of wang, haar mooizitterij met de blik scherp en alert afwisselend gericht op de inhoud van een jas- of broekzak en de ogen van degene van wie zij vermoedde dat die haar kon voorzien van iets lekkers, kreeg zij alles voor elkaar.

Van tijd tot namen wij na onze boswandeling de route door het dorp naar huis. Tegenover de ijskraam hield zij de adem en haar pas in. Zij ging zitten en zocht oogcontact met de eigenaar. Hoe ik haar ook aanspoorde, er was geen beweging in haar te krijgen. Ze keek mij aan, richtte zich kort op het winkeltje vol koude zoetigheid en weer op mij. De boodschap was duidelijk. Oversteken. Er wordt op mij gewacht. En zo was het. Iedereen bekeek dit ongewone tafereel en ritueel met een glimlach. Ook de ijscoman.

Soms dwong Black Molly mij tot de aankoop van zo’n heerlijke Italiaanse gelato. Altijd vanille. Want daarvan durfde ik haar ongestraft het laatste restje te geven. Had ik er geen trek in, dan wist ze de verkoper met haar charme om haar poot te winden. Hij vond altijd wel een kapot hoorntje. Ze herkende onmiddellijk de lichaamstaal en handelingen van die lieve man en sprong nog net niet via het loket de tent binnen. Zelden iemand in zó korte tijd zó zien genieten van iets eetbaars. Heftig kwispelstaartend. Hap, snap, op.

Weken we van onze route af, dan rook ze met haar ongelooflijk goede neus dat de slager in beeld kwam. Weer die focus: “Ja, hallo, zeg. Doorlopen? Gaat ‘m niet worden. Mijn bonus is binnen bekbereik! Naar beneden dus…”  Vooruit. Tijd voor Limburgs Kloostervarken. Voor mij dan, natuurlijk. Molly volgde buiten wat er binnen gebeurde en keek met onafgebroken begerige blik haar stukje worst van het hakblok af. Wat hield ze van die slager!

De laatste hobbel moest dan nog genomen worden. De kaasboer. Daar bleef ze keurig liggen op de mat, terwijl haar warme ogen alles volgden – en vooral winkelier Niek. Haar zelfbeheersing duurde tot mijn portemonnee rammelde. Dan brak háár momentje aan. Het werd haar gegund. Wie krijgt er nu kaas met een aai en een knuffel? Het is mij nooit overkomen…

De Berger markt bood eveneens kansen. Of het bos. Menig wandelaar die picknickend op een bankje zat, viel voor haar charmeoffensief, ondanks mijn: “Nee, Molly, niet voor jou!” Haar antwoord? De  snuit een tel gericht op het broodje van de recreant, de tong die even langs haar lippen ging. De staart, ingehouden kwispelend. On-weer-staan-baar. Dus… mmm.

Charisma, charme, focus. Tomeloze dankbaarheid na het bereiken van je doel. Die gelukkig makende combinatie. Onthoud hem. Je hebt er geen coach voor nodig. Kijk eens wat vaker naar het gedrag van dieren.

Mijn zwarte goud: brave, grappige Molly. Ze is er niet meer. Ze heeft me dagelijks vertederd, aan het lachen gemaakt, uitgelaten en bewaakt in onze fantastische bossen. Mens en dier. Over gelukkig makende combi’s gesproken. Wat een voorrecht dat zij bijna 12 jaar lang mijn leven deelde. Je zou ervan gaan kwispelen. Hulde aan de middenstand en de ware hondenliefhebber die ons pad kruiste. En aan dierenarts Maaike Dolk, die Molly begeleidde, zodat ze vol overgave in alle rust vorige week thuis kon inslapen. Haar kop op mijn arm.

 
Deze blog is verschenen in het Begens Nieuwsblad van 9 juli 2014

woensdag 18 juni 2014


Verstekeling

Vandaag was ik met Molly in het Bergerbos, waar de honden weer los mogen lopen. Halverwege de terugweg ontdekte ik midden op de motorkap een slak. Nu staat onze auto naast een klimophaag en misschien was dit mooibehuisde weekdier in alle vroegte begonnen aan een uitstapje zonder dat wij acht op elkaar sloegen.
 
Op dat moment kon hij niet voorzien, dat hij die dag zijn perspectief zo rigoureus zou verbreden, zodra ik wegreed. Op het parkeerterrein voor “Duinvermaak” was hij misschien weer op zijn schreden teruggekomen, zodat ik hem gewaar werd. Ter hoogte van ons Klimduin, waar ik mij keurig hield aan de maximum snelheid, moet hij zich geërgerd hebben aan mijn slakkengangetje. Geef hem eens ongelijk. Hij zette er plotseling flink de sokken in, parallel aan mijn ruitenwissers. Of werd het hem te warm onder de voeten, of liever: onder het weke lijf? Dat kon ik me bijna niet voorstellen van deze koudbloedige. Zou hij niet wegwaaien? Te pletter slaan tegen de voorruit? Moest ik stoppen en hem asiel verlenen langs de kant van de straat tussen het struweel?

Behoedzaam sloeg ik de weg in, waaraan ik woon. De term “koelbloedigheid” begreep ik zodra ook hij, misschien enigszins van slag, plotseling van richting veranderde. Nu bewoog hij zich met de dood in de ogen eigenwijs met de rijrichting mee.

Home sweet home, beestje, kom op. We zijn er bijna,” mompelde ik. “Hou vol, hou vast!” Tot mijn opluchting stonden we luttele seconden later naast de klimophaag. Terwijl mijn kleine vriend zich gezwind begaf naar het vertrouwde groen en een zilveren spoor achterliet op de motorkap, nam ik snel wat foto’s om dit ongelooflijke avontuur te kunnen illustreren.

Zou hij het vochtige groen bereikt hebben, vroeg ik mij binnen af. Of zou hij in al zijn kwetsbaarheid voortijdig gegrepen zijn door een gulzige ekster?  



Dwarsliggers uit een gouden tijd

Onlangs pakten we op een zondagochtend de fiets om de duinen in te trekken, een weerkerend voorrecht. Het is niet alleen lekker de spieren te moeten gebruiken – heuvel op, heuvel af – of een frisse neus te halen. Van de steeds wisselende vergezichten en van de natuur die nooit hetzelfde oogt, kan ik intens genieten.

De laatste jaren komt daarbij, dat het goed is van tijd tot tijd te zien, hoe alles zich hersteld heeft na de bosbranden die hier gewoed hebben. Eerlijk gezegd kan ik me niet vinden in het feit, dat Staatsbosbeheer ertoe is overgegaan grote delen terug te brengen tot wat het ooit, héél vroeger was: een zandverstuiving. In die tijd bestond zo’n zandbestuiving beslist uit van dat mooie, beige, bijna gele duinzand, dat oplicht onder de zon. Nu echter kan het zijn dat je plotseling verzeild raakt op een kunstmatig geaccidenteerde, grauwe en grijze vlakte die erbij ligt, alsof jíj de weg kwijt bent. Het lijkt een afgegraven stuk bouwgrond. Tussen het groen, dat dan weer wel. Maar toch. Hard doorfietsen dus en snel de aangelegde ellende vergeten. Kijken naar wat wél mooi is.

Deze zondag was het gelukkig windstil. Bij harde wind word je beslist bij die gebieden gezandstraald. Dan lijkt het me onmogelijk daar nog voor je plezier te fietsen. Zand kruipt overal tussen en in. Hijgend (meestal met open mond) zo’n duin beklimmen? Ik moet er niet aan denken. Zo’n verstuiving uit de tijd, dat alleen de elite recreëerde, omdat de goegemeente zware lichamelijke arbeid verrichtte en lange dagen maakte, kan alleen bedacht zijn achter een tekentafel door mensen die in een auto het terrein doorkruisen…

Nu was het planten van nieuwe bomen waarschijnlijk een te kostbare geschiedenis voor Staatsbosbeheer. Begrijpelijk. Maar dan nog. In andere gedeelten zie je, dat de natuur zelf de verwoestende schade van de woekerende vuurzee op een prachtige manier te boven is gekomen. Het is er weer groen en zacht glooiend, er wonen vogels. Flora en fauna gedijen.

Helemaal afgrijselijk vond ik de betonnen duintrap langs een van de fietspaden, die we tijdens onze tocht ontwaarden. Hoezo geldgebrek? Dit leek me een kostbare grap, wanneer je de hand aan de knip moet houden. Maar ik vroeg me af waarom voor ons, natuurmensen, bepaald is dat we zo’n vlak heuveltje niet gewoon zónder treden mogen bedwingen. Recreanten die zover in het gebied zijn doorgedrongen, getuigen van fitheid en spierkracht. Zouden zij ergens even willen rusten of willen genieten van het uizicht, dan kunnen ze toch lópend door het groen de daar geplaatste bank bereiken, in plaats van via een geplaveide trap? Ik dacht dat Staatsbosbeheer de natuur zijn gang wilde laten gaan?

Los daarvan stoorde het me, dat bank en trap niet op dezelfde lijn liggen. Terwijl om je heen op deze plek werkelijk alles harmonieert, blijkt maar weer dat menselijk ingrijpen zorgt voor lelijkheid en disharmonie. Het laat de zesjescultuur zien, waarbij zonder aandacht gewerkt wordt. Op de spreekwoordelijke i ontbreekt vandaag de dag te vaak het zo gewenste en noodzakelijke puntje. Men kijkt, maar kan niet werkelijk meer zien.

Daarvan getuigden ook de twee restanten van de vroegere houten trap, die er nog lagen. Verloren dwarsliggers uit een gouden tijd. Mijn devies? Gauw weggaan en de andere kant opkijken. God, wat is dit gebied toch uitgestrekt en mooi! Daarachter: de zee. Ik hoor het, ik ruik het. Zo is het bedoeld.
 
 
 

maandag 16 juni 2014


Brave Molly

Het is onvoorstelbaar dat ik vorig jaar nog elke dag anderhalf tot twee uur aan één stuk flink kon doorwandelen met onze lieve hond. Met gemak stapten we zó tien tot twaalf kilometer weg. Fitness for Life. Nu kuieren we door het bosje voor ons huis, alsof tijd en afstand niet bestaan. Een snuffeltje hier, een plasje daar. Stilstaan en weer doorgaan. Hé. Is het nu toch al zó laat?

Ondertussen zingen de vogels dat het een lieve lust is. Dit jaar lijkt het wel, alsof ze in aantal flink gegroeid zijn, maar natuurlijk is dat niet zo. Door zo langzaam te lopen, vallen de geuren, maar ook de geluiden meer op. Soms vergaat horen en zien me en tegelijkertijd kan ik er geen genoeg van krijgen. Het is een walhalla voor de vogelliefhebber, daar in het Nollenbos. Nu sta ik ernaar te luisteren, terwijl Molly haar grasjes intensief inspecteert en beruikt. Toch weer allebei “in het moment”, in het hier, maar in slow motion. Toch af en toe die hondenkop die zich naar mij opheft met in haar blik de blijdschap: leuk, wij, zo samen in het bos.

Op Dierendag 2002 haalden wij haar op in Bleskensgraaf. Ze was zeven weken oud en vanaf dat moment werd haar wereld groter: samen ontdekten we mooi Schoorl en Bergen, de duinen, het strand en de zee. Nu wordt haar wereld kleiner, al brengt de auto ons soms nog ver en tot een weerzien met haar oude en nieuwere vrienden die haar even aansporen tot actie. Ze zeggen wel eens dat het venijn in de staart zit – zo niet bij Molly. Háár staart kwispelt onverminderd jong en jeugdig en vooral zo blij.  

2014. Het is alle dagen Dierendag. Het tempo is uit ons samenzijn. De warmte en liefde, de intensiteit en betekenis ervan gelukkig niet. Het nare van tijd is, dat hij almaar doorloopt. Dat maakt hem zo kostbaar. Tijd is onvervangbaar. Net als Molly. Goh. Zijn er alweer bijna twaalf jaar voorbij? Het is en blijft leuk je leven te delen met een dier.

Brave Molly. Blijf – al is het misschien nog maar even!

Als kind al dol op honden. Aruba 1959

Met Chelsea en Molly. Schoorl 2012
 

Hondsbrutaal

Ongeveer half april reed ik van Schoorl naar Bergen. Het was druk. Aan de doorgaande weg van het dorp naar de N9 werd gewerkt en dus raakte de alternatieve route via Bergen overbelast. We sukkelden achter elkaar aan over de Landweg.  

Door dat lage tempo had ik tijd wat om me heen te kijken, zonder het zicht op het verkeer te verliezen. Twee kleine op elkaar lijkende villa’s kwamen in beeld bij de naast de straat gelegen ventweg.

Achter het gesloten smeedijzeren hek van het rechterhuis zag ik een boos blaffende hond, een beige rasdier van formaat. In een fractie van een seconde zag ik ook de oorzaak van dat felle protest. In de berm van de ventweg stond een grijsmetallic auto, type Japanner.  Achter het stuur een dikbuikige man. Een eveneens corpulente dame liep met een overduidelijk zelfverzekerde blik naar het hek, waarachter de hond nu ook heen en weer begon te springen vanwege de onrust rond zijn terrein. Werd er een pakje bezorgd? Het waakse dier wond zich immens op.

Inmiddels was ik bijna voorbij de villa gereden om nog net tot mijn verbijstering te kunnen zien wat er gebeurde. Opeens wist ik, dat ik er goed aan doe, onze eigen viervoeter nooit alleen in de tuin achter te laten, wanneer ik wegga of boven in huis bezig ben. De vrouw – in haar ogen nog altijd die uitdrukking van “dat varkentje zal ík wel eens eventjes wassen” – duwde namelijk de hond iets eetbaars in zijn bek!

Het was dat ik niet onmiddellijk kon stoppen. Dat ik terstond ging twijfelen of ik het echt goed gezien had. Of zag ik in mijn spiegel, dat de handeling herhaald werd?

Zoiets kan en mag mijns inziens niet. Zoiets vind ik hondsbrutaal. Niemand zou ongevraagd mijn hond iets mogen voeren, omdat hij nu eenmaal niet alles mag hebben of kan verdragen. 

Nu betrap ik mezelf erop, dat ik me van tijd tot tijd afvraag hoe het dit dier is vergaan. Zou hij er hondsberoerd van geworden zijn? Zou hij überhaupt nog leven? Was ik maar alerter geweest, had ik maar kunnen stoppen. Moet ik eens poolshoogte gaan nemen bij de villa? Of kan ik volstaan met het verspreiden van dit nieuws – een gewaarschuwd mens telt per slot voor twee. Verlies je hond nooit uit het oog!