maandag 17 februari 2020
Zomaar opeens maar liefst 2 nieuwe blogs op één dag geplaatst door ondergetekende, na een lange blogstilte... Dat kan zomaar opeens gebeuren, wanneer je je weer beter voelt. En wanneer je langzaam maar zeker tóch een heleboel voornamelijk opruimklussen hebt volbracht. Eens kijken of ik het kan volhouden. Het plan is tenminste 1x in de week te bloggen. We gaan het zien...
Aards en aardig blijven
Wanneer ik regeringsleiders als president Trump (en andere dominante wereldleiders) zie langskomen via het nieuws, vind ik dat ze iets kinderlijks uitstralen. Ze lijken uit eigenbelang hun zin door te douwen,
vind ik. Maar eigenlijk beledig ik daarmee elk kind en realiseer ik me dat deze
mannen, die zich kunstmatig jong houden, tragisch genoeg zichzelf tekort doen. Zij
zouden écht rijk kunnen zijn… En een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de Wereldvrede.
Juist nu vind ik dat we allemaal krachtig moeten blijven hopen op die Wereldvrede. Vooral denk ik aan de kinderen
die recht hebben op een ontspannen jeugd. Alles druist in tegen de Internationale
Rechten van het Kind dat we moeten beschermen tegen negatieve invloeden. Maar
hóe?
Als ik mijn hond uitlaat en langs
de school loop, zie ik hoe “onze” kinderen buiten spelen, rennen of voetballen,
plezier maken. Vaak vragen ze of ze mijn hond mogen aaien. Bij de
Buitenschoolse Opvang mogen ze blijkbaar vanaf zeven jaar oversteken en op het
tegenoverliggende veld spelen, zoals mijn hond dat ook graag doet. Een mooie
combi: kind en dier. Ze hebben direct een klik. Er zit niets tussen, het is
zuiver. Wanneer komt die omslag, dat kinderen of huisdieren hun onschuld
verliezen en veranderen in haatdragende wezens met getrokken pistolen en
opgetrokken tanden? Wanneer begint een oorlog eigenlijk al?
Een paar jaar geleden ontmoette ik in
het café van Museum Kranenburgh Mouri en zijn moeder Merel die naast mij zaten.
Aan een andere tafel zat een moeder met baby, we dronken ieder voor zich een
lekker koffietje, maar er ontstond ook een gezellig gesprek. Ondertussen zat
Mouri te haken, terwijl hij het resultaat telkens via de lengte van de tafel
probeerde op te meten. Dat riep vragen op: Mouri verkocht zijn gehaakte
koorden. Ook ik mocht er een bod op doen. Het geld zou worden overgemaakt aan
een Nederlandse vrouw in Zambia, die ruim 70 waterputten heeft gerealiseerd in
het dorp waar zij woont en helpt. Ik keek het aan: dat toegewijde koppie van
Mouri, waarin van alles moet zijn omgegaan om deze mevrouw financieel te
ondersteunen. Ik bood vijf Euro, Mouri straalde en haakte verder alsof zijn
leven ervan afhing. Tot het klaar was, wij geld en draad uitwisselden en besloten
contact te houden.
“Het was een leuke ontmoeting,”
liet ook Merel mij later via een e-mail weten. “Mouri heeft €206,50 opgehaald
met zijn haakwerk. Telkens als hij een groot rond bedrag had, besloot hij
verder te gaan. Van zijn vastberadenheid en doorzettingsvermogen ben ik onder
de indruk. Het geld is overgemaakt. Naast de waterputten gaat een gedeelte van
het geld ook naar een meisje dat gehandicapt is. Haar moeder heeft weinig
inkomsten en het geld is voor eten, huur, schoolgeld voor het zusje, en
medische behandelingen.” Hoe mooi is dit? Ook van de moeder, die de ideeën van
haar zoon niet meteen weg wimpelde, maar ondersteunde.
Wij allemaal staan op enig moment
aan de basis van de belangen en rechten van het kind. Het is van het grootste
belang kinderen te beschermen en op te voeden tot aardige volwassenen die het
leven met lasten én lusten aankunnen (zodat het niet té wellustig wordt). Dat
is de basis van vrede, waarmee uiteindelijk wereldproblemen op een volwaardige
manier kunnen worden omgebouwd tot uitdagingen die we samen aangaan. Het moet
weer draaien om mensen en niet alleen om belangen en geld. Wij moeten dat kind
in onszelf wakker houden om speels te kunnen blijven leven. Dat is één van de
redenen waarom ik graag een hond en kids om me heen heb. Het houdt aards. Dáár
draait het om. Wij zijn nl. deel van de aarde, het grote geheel, de
wereldbevolking. Laat vriendelijkheid regeren. En zuinigheid. Je krijgt er vanzelf aardigheid in. Laatst kwam ik Mouri en zijn moeder weer tegen. Een paar jaar ouder is hij nog steeds begaan met zijn medemens. Daar word ik blij van.
nog steeds wakker, dit kind in mij.
1001 Vrouwen
Nee,
deze 1e blog sinds lange tijd gaat niet over vrouwen uit de gemeente Bergen. Het is ook geen
anti-mannen pleidooi. Eigenlijk wordt het getal gebruikt voor willekeurig wat:
“Duizend en één vragen werden gesteld, ik vergat natuurlijk duizend en één
dingen en tja, duizend en één problemen deden zich voor…”
Hier
is het echter de titel van een boek – een lexicon – dat op 3 oktober 2018,
officieel uitgebracht en gepresenteerd werd. De samenstellers ervan zullen
wellicht bedacht hebben een boek te willen maken over vrouwen – en ja, dan kun
je er wel duizend en één bedenken, die aandacht verdienen. In dit boek gaat het
over “1001 vrouwen in de 20e eeuw” die op een of andere manier het
verschil maakten binnen ons Koninkrijk.
Ruim tevoren werd ik door Michiel
van Kempen, hoogleraar West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam,
benaderd met de vraag of ik er een bijdrage aan wilde leveren over mijn tante,
een veel jongere zus van mijn vader, Nydia Ecury (1926-2012).
Historica Els Kloek is de
initiatiefneemster die zich sinds 2003 met succes aan dit Vrouwenlexicon heeft
gewaagd. Zij werkte aan de Universiteit van Utrecht en bij de Koninklijke Nederlandse
Akademie van Wetenschappen (gespeld conform de websitetekst) te Amsterdam, initieerde
de reeks Verloren Verleden en de site Biografisch Portaal en schreef boeken. Zij
noemt zichzelf “onderneemster in geschiedenis”. Haar ontmoette ik tijdens de boekpresentatie
voor het eerst. Ze werd bijgestaan door een team. Maarten Hell deed de redactie
voor dit boek met Marloes Huiskamp en Maria Schouten. Ook Fernie Maas
(coördinatie), Vera Weterings (promotie) en Irma Boom (vormgeving) droegen hun
steentje bij.
Het lijvige boek kwam tot stand via
crowdfunding. Evenveel mij onbekende auteurs deden eraan mee. Eerst bleken er
véél meer vrouwen omschreven te zijn dan de beoogde 1001. Tante stond dus even in
de wacht. Mijn werkzaamheden mocht ik declareren, maar ik nam me voor dat bij
wijze van donatie te doen, wanneer mijn tante daadwerkelijk in de lexicon
zou voorkomen. Waarvan akte: Enige tijd vóórdat het boek klaar was, moest ik
toestemming verlenen voor het gebruik van twee foto’s van Nydia Ecury voor een
gelijknamige expositie in het Amsterdam Museum, die voor publiek geopend was
vanaf 4 oktober. Bijzonder, want de portretten – die ook in het
klein staan op de website 1001-vrouwen.nl, waarop je digitaal alle omschreven
vrouwen kunt ontdekken – geven een prachtig tijdsbeeld weer van 250 van de 1001
boeiende dames: uitgelicht, al dan niet met enige voorwerpen uit hun opmerkelijke
leven.
Mijn tante bezocht ik jaarlijks vrijwel vanaf 1987. Ze besloot op haar 56e een One Womanshow te schrijven
en te presenteren op de eilanden en in Amsterdam (zo’n 11x in een uitverkochte
Grote Kerk te Amsterdam, 1980). Ze speelde o.a. in diverse films, was dichter
en kinderboekenschrijfster, gaf Papiamentse les aan expats en had vooral een
groot hart voor wie haar bezocht. Ze moedigde mij aan vooral te gaan schrijven,
al was ik faalangstig en de 50 gepasseerd. Ze heeft haar sporen in dit boek
verdiend en zou zij nog in leven zijn, dan zou ze mij na die boekpresentatie vanaf
“haar berg” op Curaçao opbellen en zeggen dat ze “lachte van oor tot oor”. Haar
dierbare vriendin Lucille Berry-de Haseth ben ik veel dank verschuldigd. Zij werkten
vaak samen en heeft er altijd voor gezorgd dat alles over haar vriendin Nydia
bewaard en geregistreerd is.
Zo vind ik dat Els Kloek met haar team een
sterk staaltje van samenwerking kan laten zien tussen vele mensen, die elkaar
niet eens kennen, maar die nu voor eeuwig met elkaar verbonden zijn dwars door
de tijd heen via 1001 vrouwen in – hoe mooi – zo'n boekband!
donderdag 5 juli 2018
Zijn
Vorig jaar omstreeks deze tijd besloot ik niet langer door te sudderen op de golven van het leven rondom me, het leven waarin van buitenaf allerlei behoeften gecreëerd worden, waaraan ik eigenlijk totaal geen behoefte hád en héb. Willen we de aarde redden, dan helpt die gasafsluiting niet. Dan dienen we werkelijk in alle opzichten te consuminderen. Dan moeten we onze kinderen hun telefoon laten inleveren, hem zelf wegstoppen en eropuit gaan met ze. Spelen, samen de natuur in. De fantasie kietelen, knutselen. Samen lachen en (op)groeien.Als je alleen al kijkt wat er elk weekend en vaak ook door de weeks georganiseerd wordt om ons bezig te houden. Je hoeft nooit thuis op de bank te zitten. Je kunt altijd iets “beleven”, iets “doen”, “leren” of “afleren”. Iets “kopen” of juist “verkopen”. En véél consumeren. Met de auto, of op de elektrische (!) fiets, een raar fenomeen. Er is ook teveel om te “hebben”. Terwijl we nota bene gewóón al zoveel moeten doen en hebben. Het leven en je sociale netwerk lopen door. Werken snoept de meeste tijd op. Huishouding, gezin, tuin, de dingen die je doet binnen je sociale netwerk. Die worden leuker als iedereen minder “moet”!
Voor al die opgedrongen invloeden van buitenaf besloot ik me af te sluiten. Terwijl ik iets kocht voor een vriendin bij mijn favoriete Bergerac viel mijn oog toevallig op de uitvergrote attributen van het spel “Scrabble”. Mijn ouders speelden het jarenlang elke avond en vroeger of later wil je dan als kind meedoen. Herinneringen dreven boven, terwijl ik de – in dit geval gekleurde – houten letterplaten door mijn handen liet gaan. In mijn hoofd vormden zich woorden: onthaasten, herinnering. Het was niet alleen tijd voor dat cadeautje, maar ook voor een ijk-momentje. Vanuit jeugdherinneringen werd ik meegezogen naar het nu. Mijn ouders genoten destijds van iets wat ze uit zichzelf haalden. Het verbond hen. En ze gaven mij, hun kind, zelfs nu nog, veel mee. Dat laatste deden ze sowieso. Mijn vader was handig, mijn moeder was altijd bezig met zelfmaakdingen. Toen wij klein waren en op Aruba woonden, leerde ze ons figuurzagen. Op het terras, dé plek om te kliederen. Bij Bergerac, waar alles draait om een gezellig thuis, met in mijn handen het woord ZIJN, stond ik opeens te zijn, mezelf te zijn.
Volgens mij is het leven dáár voor bedoeld. Haal je één letter weg, dan staat er ZIN, als in “zingeving” en “daar heb ik zin in!” Of er staat “ZIJ”. Ja. Zij had zin in zijn en zag de zin in van zijn. Thuis heb ik het uiterst prettig. Steeds dat bezig gehouden worden, dát staat mij zo tegen. Apathisch toekijken of luisteren naar anderen die iets staan te doen, waarbij het me lang niet altijd boeit binnen de huidige zesjescultuur. Het leidt af van waar het in het leven om gaat. Het is slechts opvullen van leegte. Jezelf bezighouden geeft vol-doening, vervulling. Je oefent je motoriek, zet je hersenen aan het werk; maakt je zelfredzaam, het kietelt creativiteit, geeft zelfvertrouwen. Je hebt er anderen wat mee te bieden. Het is niet: in je uppie door het leven gaan. Integendeel. Vanzelfsprekend trek ook ik erop uit. Naar Scorlewald, bijvoorbeeld, waar de jaarlijkse Voorjaarsmarkt plaatshad. Daar heerst warmte, aandacht, liefde, een bijzondere productiviteit en effectiviteit, dat voel je. Die rust! Het weerspiegelt dat we er allemaal mogen zijn, dat je volkomen jezelf mag zijn. De wereld ontspant ervan. Dat is geluk.
Zo verheug ik me alweer op de International Holland Music Sessions. De jonge musici, díe mogen mij bezighouden. Niet vanwege het entertainen, maar omdat het complete plaatje me raakt: dat talent, de ontwikkeling ervan, de toewijding, het opdoen van podiumervaring, de betrokkenheid van de organisatie. Weer een ultiem voorbeeld van "er ZIJN, waaraan ik me dan mag spiegelen. Die houd ik erin: Zin in zijn. Écht zin in. Zijn...
Voor al die opgedrongen invloeden van buitenaf besloot ik me af te sluiten. Terwijl ik iets kocht voor een vriendin bij mijn favoriete Bergerac viel mijn oog toevallig op de uitvergrote attributen van het spel “Scrabble”. Mijn ouders speelden het jarenlang elke avond en vroeger of later wil je dan als kind meedoen. Herinneringen dreven boven, terwijl ik de – in dit geval gekleurde – houten letterplaten door mijn handen liet gaan. In mijn hoofd vormden zich woorden: onthaasten, herinnering. Het was niet alleen tijd voor dat cadeautje, maar ook voor een ijk-momentje. Vanuit jeugdherinneringen werd ik meegezogen naar het nu. Mijn ouders genoten destijds van iets wat ze uit zichzelf haalden. Het verbond hen. En ze gaven mij, hun kind, zelfs nu nog, veel mee. Dat laatste deden ze sowieso. Mijn vader was handig, mijn moeder was altijd bezig met zelfmaakdingen. Toen wij klein waren en op Aruba woonden, leerde ze ons figuurzagen. Op het terras, dé plek om te kliederen. Bij Bergerac, waar alles draait om een gezellig thuis, met in mijn handen het woord ZIJN, stond ik opeens te zijn, mezelf te zijn.
Volgens mij is het leven dáár voor bedoeld. Haal je één letter weg, dan staat er ZIN, als in “zingeving” en “daar heb ik zin in!” Of er staat “ZIJ”. Ja. Zij had zin in zijn en zag de zin in van zijn. Thuis heb ik het uiterst prettig. Steeds dat bezig gehouden worden, dát staat mij zo tegen. Apathisch toekijken of luisteren naar anderen die iets staan te doen, waarbij het me lang niet altijd boeit binnen de huidige zesjescultuur. Het leidt af van waar het in het leven om gaat. Het is slechts opvullen van leegte. Jezelf bezighouden geeft vol-doening, vervulling. Je oefent je motoriek, zet je hersenen aan het werk; maakt je zelfredzaam, het kietelt creativiteit, geeft zelfvertrouwen. Je hebt er anderen wat mee te bieden. Het is niet: in je uppie door het leven gaan. Integendeel. Vanzelfsprekend trek ook ik erop uit. Naar Scorlewald, bijvoorbeeld, waar de jaarlijkse Voorjaarsmarkt plaatshad. Daar heerst warmte, aandacht, liefde, een bijzondere productiviteit en effectiviteit, dat voel je. Die rust! Het weerspiegelt dat we er allemaal mogen zijn, dat je volkomen jezelf mag zijn. De wereld ontspant ervan. Dat is geluk.
dinsdag 9 januari 2018
Oer-Hollands
Beetje jammer dat er soms wat lelijke opmerkingen overheen glijden. Voor deze keer: IJs erover. Laten we dat glijden nu toch eens gewoon uitsluitend doen op de baan omdat het kán. Effies die negativiteit bevriezen die wel eens de ether ingestuurd wordt. Positiviteit trekt véél meer goeds aan, dan elke keer die narigheid. Net als ijzel levert het meer kwaad dan goed op. Laten we liever gezellig met zijn allen gaan genieten op een manier waar Holland groots in is. Is het niet leuk het goede voorbeeld te geven door onze kinderen te laten zien hoe het ook kan? Lekker wintersporten en dankbaar zijn voor dit in de schoot geworpen cadeau. Zelfs ik, alles behalve ondernemend – voor menig schrijfactiviteit werk ik serieus, maar word ik níet uitbetaald – kan zien dat met deze IJsbaan geen winsten geboekt gaan worden. Alleen al het bevroren houden van die best grote ijsplaat doet me rillen. Enne… Soms is het wellicht goed de schade aan het milieu weg te strepen tegen het verbeteren van een ander type milieu. Zeg nou zelf: als íets ons allen kan verbroederen, dan is het IJspret.
Ooit woonde ik aan het riviertje de Alblas dat slingerend de
groene Alblasserwaard heel veel charme bezorgde. In de zomer, omdat ik erin
zwemmen kon, zij aan zij met mijn drie labradors. Maar als ik mag kiezen, zat
hem de jeu toch vooral in de winter, omdat in berijpt of besneeuwd land het
water zwart oogde, een contrastrijk gezicht. Begon het vervolgens dóór te
vriezen, dan stroomde het bloed sneller door ieders aderen in het lieflijke
dorpje. Met zijn allen kéken we dagelijks het ijs dikker. Vanuit mijn
eetkamerraam zag ik het opeens gebeuren: aarzelend bond de eerste de ijzers
onder, en nog één, kortom: binnen een dag ging het hele dorp uit rijden.
Kinderwagens werden voortgeduwd door vaders op hockeyschaatsen, achter gammele
stoelen werd door jong en oud geoefend of gekrabbeld en men wandelde langs met
kinderen op de slee. Oudere generaties zwierden en draaiden hand in hand in
lange jassen op kunstschaatsen, zelf
bond ik de stalen noren onder. Je kon prachtige tochten maken, helemaal tot aan
de molens van Kinderdijk, waar het me eens overkwam, dat het begon te sneeuwen
en uit die witte mist doemde al klingelend een arrenslee op, voortgetrokken
door paarden. Dan schaats je in een kerstkaart. Zoveel rijkdom en sfeer. Meteen
stonden de koek-en-zopietenten op het ijs; muziekje erbij, iedereen blij!
Molentochten waren georganiseerd, de route werd schoongeveegd en in een lange
slinger gleed half Nederland aan ons huis voorbij. Ook bij mij stond de
erwtensoep te pruttelen op het fornuis en onze oprit vol met auto’s van
vrienden. Nederland en ijs: een mooiere combi bestaat niet.
Mijn hart
ging dan ook sneller kloppen zodra ik een overdekte ijsbaan zag verrijzen naast
de Ruïnekerk. En wat voor één. Helemaal opgetuigd, met ijskristallen, een
poolbeer en een ultra luxe lounge koek en zopie. Hulde aan de ondernemers en de
altijd aanwezige, zo aardige IJsmeester voor wie ik van oudsher nu eenmaal een
grote vriendschappelijke zwak heb. Zij maakten dit mogelijk, net als de sjouwende
mannen die de boel hebben opgebouwd en de gemeente Bergen die dit (ik zou bijna
zeggen: vanzelfsprekend) goedkeurden. Vrolijke gezichten alom, want ja, zo’n
opbouw alleen al schept een band. Zelfs toen ik ze boodschappen doend voor de
voeten liep, kon dat de stemming niet drukken – in tegendeel: het werd beloond
met herkenning: een hé Diede / hé jij hier?! – en een warme omhelzing. Daarom
houd ik zo van onze dorpen.
Als er zoveel liefde en aandacht
in een project zit, dat zelfs mijn favoriete supermarkt er financieel voor
zorgt dat wij via onze inkopen aldaar gratis toegangskaarten kunnen sparen, kan
ik niet alleen vanwege dat schaatsen mijn beste Deentje voorzetten. Dus heb ik
me als vrijwilliger opgeven.
Beetje jammer dat er soms wat lelijke opmerkingen overheen glijden. Voor deze keer: IJs erover. Laten we dat glijden nu toch eens gewoon uitsluitend doen op de baan omdat het kán. Effies die negativiteit bevriezen die wel eens de ether ingestuurd wordt. Positiviteit trekt véél meer goeds aan, dan elke keer die narigheid. Net als ijzel levert het meer kwaad dan goed op. Laten we liever gezellig met zijn allen gaan genieten op een manier waar Holland groots in is. Is het niet leuk het goede voorbeeld te geven door onze kinderen te laten zien hoe het ook kan? Lekker wintersporten en dankbaar zijn voor dit in de schoot geworpen cadeau. Zelfs ik, alles behalve ondernemend – voor menig schrijfactiviteit werk ik serieus, maar word ik níet uitbetaald – kan zien dat met deze IJsbaan geen winsten geboekt gaan worden. Alleen al het bevroren houden van die best grote ijsplaat doet me rillen. Enne… Soms is het wellicht goed de schade aan het milieu weg te strepen tegen het verbeteren van een ander type milieu. Zeg nou zelf: als íets ons allen kan verbroederen, dan is het IJspret.
Deze blog verscheen eerder als column in het Bergens Nieuwsblad
zaterdag 6 januari 2018
Verwaarloosd...
Na vandaag een flinke boswandeling gemaakt te hebben met May en haar onafscheidelijke bal ben ik nog bezweet en wel van alle inspanningen doorgestoomd naar de zolder: tijd om een was op te hangen en wat stofzuigwerk te doen. Prima, na zo'n lekkere warming-up in de buitenlucht! Eenmaal bezig besloot ik niet alleen de trap naar beneden te zuiveren van hondenharen, maar ook de "slaapetage" en de trap naar de woonkamer. May kan trappenlopen als de beste en gaat altijd op haar kussen in mijn werkkamer liggen, zodra ze hoort dat ik de computer heb opgestart. Daarbij volgt ze me overal op de voet en ik vind het best. Als zij graag in mijn buurt is, mag dat. Dan maar wat extra stofzuigen. Die haren neem je sowieso mee via je statische schoenzolen, dus extra werk brengt het toch met zich mee, zo'n viervoeter in huis. Voorlopig weegt het plezier ruimschoots op tegen dit soort klusjes.
Schaamteloos geef ik toe dat ik de boel een beetje verwaarloosd had, mede door de heerlijk rustige feestdagen, zodat het Dyson stofreservoir helemaal vol zat, nadat elke hoek van mijn huis een beurt had gekregen. Maar wat een feest dat alles nu weer spic & span is!
Ondertussen had ik mijn computer aangezet, omdat ik nog een betaling moest verrichten. Vooruit: dan ook maar even een half uurtje Facebooken. Vandaag, Driekoningen, is per slot de geboortedag van mijn moeder. Zij poogde mij de kunst van het huishoudelijk werk bij te brengen, maar zoals jullie nu begrijpen niet met succes. Gelukkig vielen haar andere opvoedpraktijken en lessen wel als het ware in vruchtbare grond. Zij was een engel en aan haar heb ik veel te danken. Terwijl ik wat foto's bijeenzocht, realiseerde ik me dat zij op deze 6e januari haar 95e geboortedag zou vieren, als zij nog geleefd zou hebben. Een mijlpaal.
Vervolgens vond May het nodig dat ik weer even wat buitenlucht op moest doen, samen met haar. Zo gezegd, zo gedaan, in de schemering. Het leek wat frisser te worden, zou het dan toch nog gaan winteren? Een gezellige binnenkomende mail maakte dat ik toch weer plaatsnam op mijn bureaustoel.
Eindelijk vond ik ook een toepasselijke manier mijn Facebookvrienden een gelukkig 2018 toe te wensen. Het mag nog net, op deze dag. Dan zit de eerste week van januari er alweer op! De dagen lengen al, we gaan naar het voorjaar toe. In mijn tuin bloeit er sinds een week een margriet, een roos staat in knop en twee goudsbloemen staan naar licht te verlangen om zich werkelijk te kunnen openen. Doodeng. We moeten echt met zijn allen werken aan het voorkomen van rampen door het opwarmen van de aarde...
Ten slotte - eenmaal bezig schoon schip te maken - opende ik mijn Blogspot. Jéétje - als ik iets verwaarloosd heb, is het dát wel. Hoewel het tegen achten loopt, ik nog moet koken en eten, vind ik dat ik dit blogje schrijven moet. Op naar méér tekstwerk via mijn Blogspot. May aan mijn voeten, heerlijk opgerold. Ze heeft al met al een prettig leven en dat gun ik haar. Want ooit was ook zij ernstig verwaarloosd. En nu? Ze verstaat alles. Zo kan ik haar op de dingen, die ze niet prettig vindt, voorbereiden. Toen ik vanochtend nog een was ophing, zei ik bij de laatste sokken tegen haar:
'Nu moet ik stofzuigen, May!' En daar ging ze, één etage lager.
'Nu ga ik haren föhnen,' begrijpt ze eveneens als de beste. Onmiddellijk vlucht ze naar beneden, dan kruipt ze op haar kussen in de woonkamer. Nee, als er één niet meer verwaarloosd is, dan is het May. daar laat ik maar wat graag wat haren voor liggen op de trap of elders.
Na vandaag een flinke boswandeling gemaakt te hebben met May en haar onafscheidelijke bal ben ik nog bezweet en wel van alle inspanningen doorgestoomd naar de zolder: tijd om een was op te hangen en wat stofzuigwerk te doen. Prima, na zo'n lekkere warming-up in de buitenlucht! Eenmaal bezig besloot ik niet alleen de trap naar beneden te zuiveren van hondenharen, maar ook de "slaapetage" en de trap naar de woonkamer. May kan trappenlopen als de beste en gaat altijd op haar kussen in mijn werkkamer liggen, zodra ze hoort dat ik de computer heb opgestart. Daarbij volgt ze me overal op de voet en ik vind het best. Als zij graag in mijn buurt is, mag dat. Dan maar wat extra stofzuigen. Die haren neem je sowieso mee via je statische schoenzolen, dus extra werk brengt het toch met zich mee, zo'n viervoeter in huis. Voorlopig weegt het plezier ruimschoots op tegen dit soort klusjes.
Schaamteloos geef ik toe dat ik de boel een beetje verwaarloosd had, mede door de heerlijk rustige feestdagen, zodat het Dyson stofreservoir helemaal vol zat, nadat elke hoek van mijn huis een beurt had gekregen. Maar wat een feest dat alles nu weer spic & span is!
Ondertussen had ik mijn computer aangezet, omdat ik nog een betaling moest verrichten. Vooruit: dan ook maar even een half uurtje Facebooken. Vandaag, Driekoningen, is per slot de geboortedag van mijn moeder. Zij poogde mij de kunst van het huishoudelijk werk bij te brengen, maar zoals jullie nu begrijpen niet met succes. Gelukkig vielen haar andere opvoedpraktijken en lessen wel als het ware in vruchtbare grond. Zij was een engel en aan haar heb ik veel te danken. Terwijl ik wat foto's bijeenzocht, realiseerde ik me dat zij op deze 6e januari haar 95e geboortedag zou vieren, als zij nog geleefd zou hebben. Een mijlpaal.
Vervolgens vond May het nodig dat ik weer even wat buitenlucht op moest doen, samen met haar. Zo gezegd, zo gedaan, in de schemering. Het leek wat frisser te worden, zou het dan toch nog gaan winteren? Een gezellige binnenkomende mail maakte dat ik toch weer plaatsnam op mijn bureaustoel.
Eindelijk vond ik ook een toepasselijke manier mijn Facebookvrienden een gelukkig 2018 toe te wensen. Het mag nog net, op deze dag. Dan zit de eerste week van januari er alweer op! De dagen lengen al, we gaan naar het voorjaar toe. In mijn tuin bloeit er sinds een week een margriet, een roos staat in knop en twee goudsbloemen staan naar licht te verlangen om zich werkelijk te kunnen openen. Doodeng. We moeten echt met zijn allen werken aan het voorkomen van rampen door het opwarmen van de aarde...
Ten slotte - eenmaal bezig schoon schip te maken - opende ik mijn Blogspot. Jéétje - als ik iets verwaarloosd heb, is het dát wel. Hoewel het tegen achten loopt, ik nog moet koken en eten, vind ik dat ik dit blogje schrijven moet. Op naar méér tekstwerk via mijn Blogspot. May aan mijn voeten, heerlijk opgerold. Ze heeft al met al een prettig leven en dat gun ik haar. Want ooit was ook zij ernstig verwaarloosd. En nu? Ze verstaat alles. Zo kan ik haar op de dingen, die ze niet prettig vindt, voorbereiden. Toen ik vanochtend nog een was ophing, zei ik bij de laatste sokken tegen haar:
'Nu moet ik stofzuigen, May!' En daar ging ze, één etage lager.
'Nu ga ik haren föhnen,' begrijpt ze eveneens als de beste. Onmiddellijk vlucht ze naar beneden, dan kruipt ze op haar kussen in de woonkamer. Nee, als er één niet meer verwaarloosd is, dan is het May. daar laat ik maar wat graag wat haren voor liggen op de trap of elders.
Mijn moeder was een engel, aan haar oor fluistert de slak, die ik ben m.b.t. huishoudelijk werk...
zondag 11 juni 2017
Positivo – met dank aan het Universum!
Enige tijd geleden ben ik ingegaan op de uitnodiging van
Josje de Klerk om lid te worden van haar besloten Facebook-vriendengroep
“Succesvol wensen”. Wij kennen elkaar via Het Bergens Nieuwsblad, waarvoor zij
regelmatig columns schreef, zoals ik dat nog steeds doe. Zij wilde meer tijd besteden
aan haar “Wensenmagazijn” en dat doet ze uiterst consequent en met hart en ziel.
Kort door de bocht gaat het er in haar Wensenwinkel om, dat je positief in het
leven moet staan wanneer je je dromen wilt realiseren. Je moet de dingen niet
alleen wensen, maar het helemaal vóór je zien, alsof je het beste van het beste
gewoon al bereikt hebt. Het Universum realiseert alles wat je wil, met een
vanzelfsprekendheid, alsof je met een winkelkar door het leven loopt en alle
benodigdheden gewoon pakt en afrekent bij de kassa. Zeg nou zelf: dan vertrouw
je er toch ook op dat dit hele proces zo werkt? Halverwege de winkel liggen de
door jou gepakte boodschappen nog altijd in die winkelkar. Het systeem werkt in
op je onderbewustzijn en daarom dien je alles op een bevestigende manier te
formuleren. Dus niet: “O, jee, het is druk. Nu kan ik vast en zeker géén
parkeerplaats vinden!” maar: “Lekker druk vandaag! Toch weet ik zeker dat ik zó
een prachtige parkeerplek vind.” Dit voorbeeld noem ik, omdat ik op deze wijze
al zo’n 25 jaar zeer succesvol overal mijn auto moeiteloos neerzet. Alles
draait eigenlijk om Vertrouwen. Met hoofdletter!
Iets soortgelijks staat in een boek dat in veel talen is
verschenen en dat een enorme bestseller was: “The Secret”. Het ligt op mijn
nachtkastje. En laat ik nou ook in 2015 de principes, zoals Josje ze
presenteert en zoals ze omschreven staan in dit handzame boek zeer succesvol
hebben toegepast? Terwijl de opgave werkelijk bijna on-mo-ge-lijk was!
De afgelopen maanden kon ik desondanks haar positieve
peptalk goed gebruiken en ik ben haar dan ook erg dankbaar voor de manier
waarop zij me onbedoeld blééf richten op de wensen die ik voor ogen had
gedurende een te lopen weg die ik niet vrijwillig gekozen had, maar die ik toch
moest gaan. Onder die gegeven omstandigheden is het gemakkelijk mogelijk, dat
je verdwaalt in een doolhof van emoties en hup – dan verscheen er via Facebook
weer zo’n bericht dat me met de neus op de positieve feiten drukte. Het leuke
was dat er een – wat men noemt – synchroniciteit begon te ontstaan tussen ons
tweeën, gebeurtenissen die als het ware als vanzelf elkaar opvolgden of tot
stand kwamen. We noemen dat “toevalligheden” maar eigenlijk vallen die dingen
je dan gewoon toe, omdat het nu eenmaal zo bedoeld is.
Op 11 juni was Jos jarig. Dus ik dacht: haar via de digitale
wegen feliciteren is leuk, maar ik fiets straks even langs haar huis en zet een
kleinigheidje voor haar neer. Aandacht maakt alles mooier, zeker in het echte
leven. Een boeketje lag voor de hand, maar stel dat zij en haar gezin erop
uitgetrokken waren? Het was ’s zomers warm, bloemen zouden dat niet
overleven. Vreemd genoeg stonden de aangeboden planten me niet aan. Was het dan
niet de bedoeling mijn plan te verwezenlijken? Raar! Ik had het allemaal voor
me gezien: mijn fietstas met daarin een attentie, de tocht naar haar huis,
de voordeur waar ik “het” stiekem zou neerzetten, lekker in de schaduw. En nu
vónd ik niets?! In mezelf mompelde ik: “Als het de bedoeling is dat ik vandaag
nog aandacht geef aan Josjes verjaardag, zie ik iets dat helemaal bij haar
past!” Op dat moment zag ik achter een stenen pot een stuk van een rechthoekig metalen
tekstbord: “I rejoice other people’s successes because I know there is plenty
for everyone”. Helemaal Josje, dacht ik. Zelfs dat Engels. Als iemand een ander
iets gunt, is zij het wel. Er is meer dan genoeg voor iedereen, is ook mijn
overtuiging. Hebbes! Binnen vond ik een kleine witte orchidee in een bakje met
een hart. De bloemist (die vertelde er absoluut geen flauw benul van te hebben,
dat hij een dergelijk tekstbord überhaupt in de verkoop had) was bereid het in
te pakken naar mijn wens. We deden dat gemoedelijk samen. Kaartje eraan,
afrekenen. Klaar! “Oeps,” merkte ik en passant op. "Nu moet dit wél de tocht in
mijn fietstas overleven!” Waarop de
bloemist, alsof hij bij Josje in de leer geweest was, zei: “Kom op, dat gaat
jou lukken, daar moet je dan gewoon op vertrouwen, hoor!” Thank you, Universe,
zou Jos zeggen… Dat bedankje kreeg ík, via diverse digitale wegen. Mét foto!
Waarvoor dank :-)
zaterdag 18 maart 2017
Janneke
Enige
tijdgeleden doorkruiste ik supermarkt Deen en kwam ik tot mijn blijdschap mijn
oud-leerlinge Janneke tegen. Als lerares handenarbeid, tekenen en
gezondheidskunde (het vak dat kort tevoren nog gewoon kinderverzorging en
-opvoeding heette) was ik verbonden aan een school voor Lager Huishoud- en
Nijverheidsonderwijs in het dorp Roelofarendsveen, “onder Schiphol” en niet ver
van Leiden. Een schoolsysteem dat nooooooit had mogen verdwijnen en een
leerling, zoals je er twintig in een dozijn zou willen. Hoezo kleinere klassen?
Direct na de basisschool stroomde zij in en gedurende vier jaar volgde ik haar
ontwikkeling en vorderingen en zij mijn lessen, wellicht met net wat minder
plezier, maar ja..., school blijft altijd school.
We
hebben het hier over lang geleden, toen ik veel jonger was dan Janneke nu. Haar
ontmoette ik vele jaren na die periode in Bergen, toen ik daar fitnessinstructeur
was in De Beeck en terwijl ik dit typ, realiseer ik me, dat het wel bijzonder
is, dat ik Janneke zoveel onder mijn hoede mocht instrueren. Het duurde
destijds even voordat ik haar überhaupt herkende, al had ze vanaf dat ze begon
met fitnessen iets over zich dat me vaag vertrouwd voorkwam. Toen ik op een dag
toch eens keek hoe haar achternaam luidde, viel het muntje en vroeg ik haar of
ze uit Roelofarendsveen kwam. Ze knikte bevestigend en zei, dat ook ik wel iets
had dat haar aan iemand herinnerde. Zodra ik mij bekendmaakte, lachte ze en
riep ze al cardio trainend op het stepapparaat: “Oooo, ja, juf Ecury! Streng
maar rechtvaardig!” En we moesten hartelijk lachen. Want gelijk had ze. Ik
hield van orde in de klas en “nee” was consequent “nee”.
Van
tijd tot tijd kwamen we elkaar tegen, maar juist toen ik me onlangs al fietsend
naar de Deen zomaar opeens zonder aanleiding afvroeg of ze Bergen misschien
verlaten had, omdat ik haar lang niet gezien had, kwam ze op de koekjesafdeling
opeens in beeld. Dat was toch sterk! We wisselden een praatje-pot en het was
meteen vertrouwd en grappig. Ongeveer ter hoogte van de thee vertelde ze dat ze
een andere partner had, ook uit “de Veen”. Meteen dacht ik: misschien iemand
van de “tech”? Zo noemden de huishoudschoolmeisjes de jongens van de technische
school (een onderwijssysteem dat evenmin had mogen verdwijnen). Kortom: ik was
weer helemaal terug in dat dorp waar ik met zoveel plezier gedurende tien jaar
gewerkt heb. We waren allebei tamelijk gestrest tussen de gespreksstof door
onze boodschappen aan het vergaren. “Ben je gelukkig met hem?” vroeg ik en dat
bevestigde ze met die stralende lach van dat grietje van vroeger. Met haar
hoofd wees ze naar het roomboterbanketeiland tegenover de kaas. “Daar kom je
hem tegen,” zei ze, alweer azend op een ander product, terwijl ik langs hem
liep. “Dat hebben jullie goed voor elkaar,” knikte ik hem toe. “Ben je zuinig
op haar?” En bij het teruglopen, richting kassa: “Je hebt een juweeltje, hoor,
altijd al geweest, en ik kan het weten, ik was haar juf. Je boft, ze is lief en
kan alles!” En echt, ik zei niets te veel. Janneke kreeg naast míjn lessen o.a.
wiskunde, Duits, Engels, naaldvakken, gymnastiek, koken, bakken en informatie
over voeding (huishoudkunde). Daarnaast kregen we geen ijsvrij tijdens de
winterperiode, maar gingen we met al die meiden schaatsen op de Braassemermeer.
Als dat je niet allround vormt…? Haar vriend bevestigde dat, want de vele
facetten van Janneke had hij vast en zeker al ondervonden. Een vrolijk
momentje, daar in de Deen.
Maar
op weg naar huis bedacht ik me, dat ik echt geen woord teveel gezegd had. En ik
realiseerde me, dat het geven van onderwijs bijzonder is. Dat je kinderen iets
bijbrengt voor de rest van hun leven, hoe belangrijk is dat? Hoe mooi is het
een oud-leerling tegen te komen en te kunnen constateren dat je een bescheiden aanzet
hebt mogen leveren aan haar ontwikkeling, zodat ze vervolgens een geheel eigen
weg kon vinden? Dat dit in het geval van Janneke toch maar mooi heel góed
gelukt was. Het onderwijs mag dan niet zo goed betalen, het rendement echter is
hoog en dat is niet in geld uit te drukken!
Deze blog verscheen als column in het Bergens Nieuwsblad van 1 maart 2017
maandag 30 januari 2017
Poep aan mijn
schoen
Striptekenaar
Jan Kruis is 19 januari jongstleden overleden. Waarom ik daar nu opeens aan
denk? Omdat ik altijd dacht, dat het met de hondenpoep in onze gemeente best meevalt.
Maar donderdag speelde het lot een spelletje met me. Mijn zool was nog niet
schoongemaakt of tijdens de volgende wandeling met onze viervoeter was het
gelijk weer foute boel. Niet dat het de grote boodschap van mijn eigen hond
betrof. Buitengewoon kieskeurig als zij is, legt ze hem onder de struiken of diep
langs een sloot, doorgaans niet de plaatsen waar je gemakkelijk doorheen banjert.
Bij de tweede keer dat ik dus ontdekte – zoals mijn moeder altijd zei – “dat ik
in het geluk getrapt had”, moest ik denken aan Jan Kruis. Was het niet het
vriendje van één van zijn kinderen dat altijd “Jeroen, poep aan je schoen”
meekreeg? Nu liet ik het volgen op: “Giselle, stomme oen”, daar ik pas achter mijn
computer plotseling róók dat ik dit “geluk” op de een of andere manier níet kwijt
was… Vreemd, want ik had vroeg in de middag mijn beide zolen toch superschoon
geboend?
Onhandig
borstelend boven de plee realiseerde ik me, dat we het alledaagse leven toch
beter, net als wijlen Jan Kruis, vol humor en zelfreflectie zouden moeten bekijken.
Even nam ik dit minitafereeltje onder de loep, zoals hij dat zou doen. Zoiets
relativeert enorm. Dus vandaag gingen Hondlief en ik weer vrolijk flink in de
benen, dit keer bedacht op smurrie. De zon scheen, de vorst zat nog in de lucht:
tijd voor een wandeling naar Bergen via het bos. Ligt het nu aan mij? Of staat
de modus van mijn onderbewustzijn als een soort Wensenmagazijn à la mijn
dierbare oud-collega-columnist Josje de Klerk nog steeds aan op: “poep aan mijn
schoen”? De hondenbelasting is nog niet afgeschaft, of verdorie – het eerste
drukwerk van andermans hond ligt al op mijn pad. Het was nog redelijk
gemakkelijk onder het struweel te schoppen, iets wat ik in zo’n geval doe. Schoenpunt
even schoonvegen aan een graspol en hup, weer verder. Vervolgens zie ik, dat
het voetbalveld tegenover de Teun de Jagerschool bevuild is. Daar wordt door de
jeugd gesport, dus dan vind ik dat wij, hondenbezitters, verplicht zijn ervoor
te zorgen dat kinderen hier niet door ándermans nalatigheid iets kunnen oplopen.
Het is zo eenvoudig een paar zakjes bij je te stoppen, dus: inpakken die shit. Lastiger
is het dit vrachtje te lossen. In Schoorl heerst een ernstige
vuilnisbakkenschaarste. Maar vooruit, zwaar is het niet, dus zit er niets
anders op het voorlopig mee te nemen.
Bergen-Centrum.
De stoep tegenover “Hotel de Heerlijkheid”. Oeps. Alweer zowat een uitglijder.
Wat heb ik toch? Ik staar naar een vers setje uitwerpselen. En natuurlijk heb
ik nu geen poepzakje meer. Het risico lopend dat mijn uiterst hygiënisch te
werk gaande zwarte schicht zou worden aangezien als de schuldige stoeppoeper loop
ik noodgedwongen door. Vreemd eigenlijk, dat in Schoorl en Bergen aan Zee
zakjes voor dit doel hangen, maar dat ze in geen velden of wegen te bekennen zijn,
als de nood het hoogst is – in het centrum van Bergen. Alsof wij in Schoorl
barbaarser zijn… Dit is nog altijd bedoeld, zoals Jan Kruis er wellicht naar
zou kijken, trouwens, met humor. Al heb ik voorlopig mijn buik wel vol van de
ontlasting van andermans hond. Want hoe dramatisch de politieke staaltjes shit
ook zijn op plaatselijk, landelijk en wereldniveau, het blijven toch de kleine
dichtbij-huis-dingen waar je dagelijks over struikelt, als je niet uitkijkt. En
dáár kunnen we met zijn allen wél iets aan doen, toch? Met overal (grof gezegd)
schijt aan hebben, los je per slot echt niets op.
Enige
dagen na dit voorgaande geschreven te hebben, pieker ik op de fiets, of ik deze
hersenspinsels nu wel moet insturen. Het Dennenlaantje inrijdend via de
Noordelijke Nollen zet de late middagzon me opeens vól in het licht. Mijn vrij
lange schaduwbeeld fietst verguld recht voor me uit, te bijzonder om niet naar
te kijken. Opeens moet ik remmen, mijn adem houd ik in. Vlak voor me zit een
dikke, roodkoperen kat. Edgar Allen Poes, de Je-weet-wel-kater van Jan Kruis?
Het dier kijkt me aan, geeft me kopjes en verdwijnt dan nuffig, de staart (mét
krul) omhoog, in de bosjes, alsof hij zeggen wil: “Pff, mens! Gewoon doen, poep
aan je schoen!” Dag Jan Kruis, humorvolle striptekenaar, (levens)kunstenaar,
bedankt, rust zacht.
Anoniem
Het
jaar is alweer lekker op dreef. Gelukkig maar, het leven gaat nu eenmaal onder
alle omstandigheden gewoon door. Niet dat het altijd zo leuk is. Sommige
ontwikkelingen vind ik ronduit zorgwekkend. Dan focus ik me op het goede, een
positieve levenshouding brengt ons verder, is mijn stellige overtuiging. En
veel loopt gesmeerd, al jaren, zodanig dat we in feite verwend zijn en al
struikelen over het minste of geringste dat ons niet zint. Waar mogelijk de
humor ervan blijven inzien, is mijn devies.
Met
die wetenschap heb ik me in 2016 schrap gezet toen ik gedurende maanden ten
minste twee, zo niet meerdere keren per dat gebeld werd door een anonieme
beller of misschien wel door meerdere anonieme bellers of via mij volslagen
onbekende nummers. Wanneer ik opnam, hoorde ik niets of werd ik in het Engels
met een accent toegesproken. Reden om vriendelijk doch beslist op te hangen. En
dat, terwijl ik al meerdere keren het gehele menu van het bel-me-niet-register
heb doorlopen. Vanaf het moment dat ik me begon te ergeren, zocht ik het mij
onbekende nummer op via Google. Tien tegen één dat er waarschuwende berichten
over te vinden waren. Best irritant om ten minste 2x per dag gestoord te worden
in je werk door de telefoon die je vervolgens moet laten overgaan tot de
tegenpartij er klaar mee is. Dat noem ik dus telefoonterreur. Dan verlang ik
naar het goede van de oude tijd.
Alsof
dat nog niet genoeg was, bleek omstreeks september dat het e-mailadres, dat
gekoppeld is aan mijn website, gekaapt is en ja, dát kun je dus niet uitzetten.
Zo ontvang ik de hele dag door berichten van mij onbekende zielen met allerlei exotische
namen, via mijn aan mijn eigennaam gebonden e-mailadres. Mijn mailbox stroomt
dus over en het vervelende is, dat je toch al die berichten snel even moet
scannen, want er kan iemand werkelijk informatie bij je willen opvragen over je
boeken of werkzaamheden. Dat kost tijd. Ik vermoed dat het om één en dezelfde
persoon gaat die mijn adres verbindt aan honderden nepbedrijven en/of
zogenaamde financiële hulpverleners, die wel allemaal gemeen hebben dat ze mij
willen verleiden een link te openen, natuurlijk met allerlei gevolgen van dien.
Een paar keer per dag, als ik mijn aandacht dien te richten op het verwijderen
van die berichten, verlang ik dus naar ál het goede van de oude tijd. Het kost
me soms alles bij elkaar een uur. Dat is diefstal!
Onlangs
bekeek ik toch eens wat mij zoal via mijn info@adres werd aangeboden. Van
oogdruppels tot houtbewerkingsprojecten, een haaientank om binnen een week mijn
vet mee te verbranden tot mijn gewenste gewicht, een
wonder-anti-obesitasdrankje, dan wel iets om op eenvoudige wijze mijn
batterijen te vernieuwen. Nu kon ik in die periode wel wat extra energie
gebruiken, alleen al door de immense nonsens die de revue passeerde. Zouden er
nu werkelijk mensen zijn die denken dat anderen hier behoefte aan hebben? Dan
zwijg ik nog over de seksualiteit bevorderende zooi die me werd aangeboden,
echt heren, dingen die ik u met de beste wil van de wereld niet zou willen
aandoen, maar die me doet vermoeden dat wereldprobleem nummer één toch wel te
maken heeft met erectieproblemen. En alles in
dat Engels: “How my ex would crawl back to me” (Viviana), “How my husband would
be hard all night” (Mildred) – dat bedoel ik dus, heren, die Mildred! Je moet
er toch niet aan denken! – of, ook leuk getoonzet: “How to get him a stiffy” (Kelly)
of “How to get your husband’s equipment better” (Jayden). Tragisch! In
meerdere opzichten, als u begrijpt wat ik bedoel. Ook hier ben ik helemaal
klaar mee. Het valt niet meer te ontkennen: ik verlang naar die goede oude
tijd.
Het
positieve? Het schijnt niet te liggen aan mijn al enigszins vorderende
leeftijd. Je hoort het brommen bij alle generaties. Nu ben ik dus héél benieuwd
wat de techniek voor ons in petto heeft om op eenvoudige wijze te kunnen
ontkomen aan de frustraties van anderen die jou daarmee lastig vallen. Eén
maatregel hebben wij zelf genomen. We hebben sinds kort een geheim nummer. Nu
ben ik zélf een anonieme beller… En opgelet: inmiddels werkt mijn website www.giselle-ecury.nl weer met een
contactformulier, info@giselle-ecury.nl
is afgesloten.
Samen op weg in 2017
De
klassieker “Alleen op de wereld”, van de auteur Hector Malot, is verfilmd en was te
zien op de tv. Onze streekgenote Mieke de Jong werkte mee aan het scenario. Als
kind las ik de versie die mijn moeder in 1933 als 10-jarig meisje gekregen en
stuk gelezen had. Het is de volledige uitgave met “48 illustratiën van Tj.
Bottema en J.W.M. Wins”, uitgebracht door uitgeverij P.D. Bolle te Rotterdam,
lees ik, de 19e (!) druk van een nieuwe bewerking door J.M.
Bloemink-Lugten en F.H.N. Bloemink. Dat moet Bergenaren aanspreken, want
iedereen herinnert zich dokter Lugten, de huisarts, nog wel. Ik doe dat en kan
hem nog uittekenen. Zou mevrouw Bloemink een tante van hem geweest zijn?
Naar de televisieafleveringen kon ik
niet kijken. Misschien wílde ik er niet naar kijken. Bij het originele verhaal fantaseerde
ik eigen beelden. Als ik daaraan terugdenk, zie ik de oude Vitalis zó voor me, hoe
hij zich ontfermde over de jongen die alleen was op de wereld. Het kind Remi,
de honden die zich bij hen aansloten. Dit heeft er zeker voor gezorgd, dat ik
in honden een grenzeloos vertrouwen kreeg en ervan droomde ze zélf te hebben.
Een droom die uitkwam, de volgers van mijn columns weten dat. Inmiddels dwaal
ik (na 4 labradors) met een zwerfhond langs onze dreven en door ons mooie bos.
Nee, die eigen fantasiebeelden wil ik niet loslaten. Het liefste zou ik het
boek met de zwaar vergeelde bladzijden weer eens lezen in de Nederlandse taal
van toen. 1933, een cruciaal jaar voor de wereldgeschiedenis.
Wie had toen durven denken dat tegenwoordig
de naam van de eenzame Remi wel eens wordt gebruikt als scheldwoord? Wellicht
zal dit, na deze serie gezien te hebben, níet meer gebeuren. Toch schoot het
oneerbiedig door me heen, toen ik onlangs midden op de dag door Bergen
wandelde, op de stoep voor de Vanilia-winkel. Zo’n vijf meter vóór me liepen
twee veertigers, vriendinnen, zo te zien. Ze waren in gesprek, leken de
tegemoetkomende oudere dame te zien, maar weken niet uit: de links lopende vrouw
botste met haar schouder flink tegen die van de tengere tegenligger. Au. Het
tweetal werd boos, terwijl de dame verschrikt opkeek en er terecht geïrriteerd iets
van zei. Het had geen effect. Dus knoopte ik een gesprekje met haar aan. We
waren het erover eens: het is onvoorstelbaar dat mensen van alle leeftijden tegenwoordig
stug met zijn tweeën naast elkaar blijven doorlopen, met als lichaamstaal: “Ik heb
het recht hier te lopen en dat blijf ik doen, zoek jij het zelf maar uit.” Als
je dat daadwerkelijk doet zonder uit te wijken, is Leiden in last. Hoe moeilijk
kan het zijn even “in te dikken”, zodat er plaats is voor drie of vier? Een
vriendelijk contactmoment zal volgen, waarbij alle partijen uitstralen: we zien
elkaar, geen probleem, samen komen we er wel! Of zelfs: “Jij mag eerst!” Hoe
veel leuker is dit, dan het stuurse doorstampen met een hardhandige aanvaring?
Waarom gebeurt dit dan toch zo vaak? Ook mij overkomt het, zelfs in het bos, waarbij
ik dan door de tegenliggers soms de blubber in gedwongen word, omdat zij te
beroerd zijn hun eigen ritme te doorbreken en me anders platwalsen, omver
maaien met hun prikstokken. Nu evalueerden de oudere mevrouw en ik in harmonie
met elkaar het gebeurde. We waren het erover eens, dat zelfs fietsers per se
naast elkaar moeten blijven rijden als ze inhalen of als er een tegenligger
aankomt. Waar zijn de beleefdheidsvormen gebleven? Is het echt de bedoeling dat
het recht van de sterkste niet alleen in de jungle geldt, maar ook op de
openbare weg van het rijke westen? In een gat als Bergen? En dat jij, als
underdog, dan de straat op gedwongen wordt, voor “de leeuwen” geworpen, wanneer
stoep of fietspad voor drie personen te smal is? Is dit het nieuwe “gebruik
maken van de openbare ruimte”? Dan ken ik leukere manieren, zodat je anderen
het gevoel geeft ertoe te doen. Een positieve impuls als oogcontact met
passanten, een glimlach, de ander voorrang verlenen op kritieke momenten, heelt
de wereld, i.t.t. hotsend en botsend door te hobbelen. Neem dan mijn gedroomde,
betrouwbare hond, wanneer we al ballend tegenliggers ontmoeten. “We moeten
wachten!” roep ik en zie, ze wijkt uit en houdt haar bal vast tot het tweetal
gepasseerd is. Gegarandeerd volgt een big smile. Samen op deze wereld is
leuker. De eerste maand van 2017 zit erop. Laten we van de rest mooie maanden
maken.
Oud op hout: 1933-2017, bijna 85 jaar geleden werd dit boek voor het eerst gelezen...
Windmills of your
mind
Januari
is alweer voorbij. De donkere dagen voor kerstmis liggen vers in het geheugen,
mede doordat het weer opeens versomberd is. Mijn moeder werd daar altijd wat
weemoedig en melancholiek van. De minder fraaie gebeurtenissen en voorvallen
passeerden dan bij haar de revue en ze zuchtte wat vaker. Ja, zo’n heel jaar is
dan opeens aan het voorbijgaan en te snel zijn die eerste weken ook vervlogen.
Narigheid onthouden mensen vaak beter dan blije gebeurtenissen. Misschien omdat
verdriet er op de een of andere manier dieper op inhakt.
Zelf heb ik veel moeite met onrechtvaardigheid, wellicht omdat hier het lot niet de overhand in heeft. Onrecht vraagt om mensenwerk en vileine timing. Eerlijkheid is een groot goed. Door ón-eerlijkheid kunnen mensen je veel aandoen, vanwege grote ego’s, jaloezie, nijd, of zelfs angst. Of juist uit een gebrek aan compassie, deemoed en onbaatzuchtige liefde. Dat kan veel leed of stress veroorzaken. Terwijl we meestal allemaal zonder erom te vragen sowieso al porties leed krijgen toebedeeld.
Zo heeft zich in onze lieflijke dorpen anno 2016 ook weer genoeg voorgedaan. Dat kan bijna niet anders. Een jaar is lang en dus kan er van alles gebeuren. Soms ben je voordat je het weet verzeild geraakt in een conflict. Hoe mooi zou het zijn wanneer mensen juist in die donkere dagen milder werden, hun (probleem met) macht aan de wilgen zouden hangen, om zo met dat beetje geluk te strooien, waaraan we allemaal behoefte hebben.
Voorlopig hebben in december alleen de blije Pieten rondom Sinterklaas en zijn schimmel volop gestrooid en mijn hond had derhalve het geluk wat klef geregende pepernoten te vinden die zij vrolijk kwispelend van de straat likte. Het principe van gelukkig maken is eigenlijk net zo eenvoudig als in deze alinea omschreven. Soms heb je er totaal geen erg in dat je spontaan iets doet, waar anderen blij van worden, mits je het doet met positieve intenties. Zo werd ik eens erg blij toen ik op een zaterdag langs de mooie molen van Schoorl liep. De wieken waren met vlaggetjes versierd, de nationale driekleur wapperde in de wind en de vrouwelijke molenaarsleerling zette een taart op de buiten neergezette tafel, waaromheen diverse stoelen stonden. Hier ging duidelijk iets gevierd worden, naar ik later begreep was dat de verjaardag van de meester-molenaar. Maar terwijl ik er alleen maar langsliep raapte ik iets van dat rond draaiende geluk op, want hoe bijzonder is het dat er nog altijd ook jonge mensen zijn die in hun vrije tijd een jarenlange opleiding volgen om onze eeuwenoude monumentale molens in functie te houden? Los van het feit dat de vrolijkheid ervan afspatte, iets waaraan ik juist gedurende donkere dagen behoefte heb.
Dus op de terugweg liep ik er weer langs om nog wat van dat geluk zomaar op te kunnen vangen. Er werd gespeecht, een heel gezelschap luisterde, klapte na afloop om de feestvreugde te verhogen en enkelen zwaaiden ook naar mij, naar zomaar een passant. En ik dacht: sommigen krijgen dan misschien een klap van de molen, maar je kunt er ook wat lichter van worden, alsof de vrijkomende wind jou zoevend even een zetje geeft in de goede richting, op weg naar alweer een nieuw jaar, het zoveelste op rij, 2017, het millennium op drift. Eigenlijk zou iedereen – vooral in deze periode – open moeten staan voor juist de vrolijkheid die soms voor het grijpen ligt. Moeten we zelf niet ook gepavoiseerd en wel door het leven te wieken, net als die molen in feestelijke stand? Alle akkefietjes opvegen, bij het grof vuil zetten en léven? Zijn we het niet verplicht aan alle mensen die ziek zijn, of die een ander tragisch lot moesten ondergaan? Of aan hen die terecht zijn gekomen in ambtelijke molens die niet meer zijn te stuiten omdat de wind uitsluitend geblokkeerd wordt?
Dan liever “the windmills of your mind”, een gouden liedje waarvan ik me de versie van de blinde José Feliciano uit 1969 nog goed herinner: Like a clock whose hands are sweeping past the minutes of its face, and the world is like an apple whirling silently in space, like the circles that you find in the windmills of your mind!
Nu is januari al bijna voorbij. Laten we onze eigen gedachten sturen door af en toe aandacht te hebben voor kleine dingen om te voorkomen dat we met zijn allen doordraaien…
De Schoorler molen in de zomer
aan het einde van de middag
Deze column verscheen - iets anders van opzet - in december 2016 in het Bergens Nieuwsblad
woensdag 23 november 2016
Made in Schoorl
Bérgen het
kunstenaarsdorp is binnen onze gemeente? Grootse scheppers verblijven en
creëren echter net zo goed (en gráág) binnen de dorpsgrenzen van het mooie,
pure Schoorl. Of deden dat, zoals bijvoorbeeld de onvergetelijke inwoonster
Hanny Alders, ons helaas ontvallen in 2010, en de in 2012 overleden auteur J.
Bernlef. Beiden schrijvers, omdat ik me bij hen nu eenmaal thuis voel. Heel wat
woorden werden hier te boek gesteld, door menig auteur. Diverse andere schone
kunstvormen vonden hier tevens het levenslicht.
Onlangs mocht ik volkomen
onverwacht een blik werpen in het nieuwe theater dat Schoorl rijk is. Onthoud
dit, want anders rijdt u er duizend keer in véél te snel tempo via de Voorweg
aan voorbij. Zonde! Even de gemeentekranten in de gaten houden en de haastige
spoed doorbreken. Dit theater bevindt zich in de voormalige basisschool de
“Oosterkim” en heeft zelfs bij gewoon, vol elektrisch licht iets magisch. Muren
vol vlinders, oranje stoelen – echt pluche – en ook nog zodanig opgesteld, dat
zelfs de kleinsten een mooi zicht houden op het podium. Gordijnen, belichting.
Wat zal een voorstelling daar ons raken...
Drijvende krachten zijn meester-poppenspeler
Ila van der Pouw en haar partner Rob Bloemkolk. Schoorlaars. Op dit moment
bereiden ze een bijzondere voorstelling voor, maar dat zijn eigenlijk alle
producties van Ila. Eén blik op haar website is voldoende om dat te concluderen.
Wat deze keer echter zorgt voor extra opwinding is, dat Ila de rechten heeft
verworven voor het maken van een theaterstuk rondom “De Grote Vriendelijke
Reus”, kortweg “De GVR” naar het meesterwerk van Roald Dahl. Juist. Dé Roald
Dahl. En die rechten worden dus echt niet zomaar aan iedereen toegekend. Begrijp
me goed: gratis krijg je ze evenmin. Maar met Ila’s talent zal ook deze keer
iets worden neergezet, waarover je nog lang kan, mag en wil nadenken en praten,
of je nu kind bent of ruimschoots volwassen. Ila heeft nl. al diverse prijzen gewonnen
of werd daar tenminste voor genomineerd, ook buiten onze landsgrenzen en buiten
Europa. Wat is ze een gewoon aardig mens gebleven! Haar poppen zijn prachtig en
meestal zelfgemaakt. Menshoog, levensecht. Op haar website zegt ze daarover:
“Om dat voor elkaar te krijgen moet je geloven dat je poppen je werkelijk iets
te vertellen hebben. Je moet ze zelf ook geloven.” En zo is het, dit raakt me, zo
werkt de creatieve geest, het is herkenbaar voor de meeste kunstenaars binnen
elke kunstvorm.
Vandaag houd ik het dicht
bij haar, omdat dit stukje anders zou uitpuilen en de kans desondanks groot is,
dat ik mensen zal passeren, wat de bedoeling niet is. Wel vind ik het op zijn
plaats de werkzaamheden van Rob Bloemkolk niet onvermeld te laten. Misschien
herinnert u zich nog zijn messcherpe analyses in zijn columns in het helaas
verdwenen blad “Villages”. Hij is in de televisiewereld zeker geen onbekende:
onder meer “De Val van Aantjes” (2013) zal u nog in het geheugen liggen. Een
juweeltje was ook “Beet” (VPRO Cinema, 2003), een dialoogloze korte film, waar
hij het scenario voor schreef met Annemarie van de Mond, binnenkort te zien op
het Nederlands Film Festival, als ik het wel heb. Het theater is hem eveneens
niet vreemd: “Het mysterie van Villa Fantoom” (2009). En terwijl ik dit stukje
schrijf, schijnt hij net weer teruggekomen te zijn van “drie dagen eindregie en
twee nachten herschrijven van scènes” voor nieuw en ander werk. Die drukte
vraagt om de gok hem mijn artikel niet te laten lezen. Zelfoverschatting? Zou
hij het liefst alles herschrijven?
Via Google
lees ik dat de première van “De GVR” plaatsvindt in De Vest in Alkmaar op 25
september, de try-out voor scholen in ons eigen Schoorlse Theater aan De Kim. Jeetje,
was ik nog maar leerling… Dan zou ik kunnen zien hoe de Reus onder regie van –
ook al zo’n grootheid – Neville Tranter (Amsterdam, sinds 1978) de kleine Sofie
uit een weeshuis haalt en meeneemt naar zijn grot, waar duizenden dromen in
glazen potjes wachten. Sofie overwint haar angst voor de reus en stapt vol
verwondering zijn wereld in, al liggen er ook gevaren op de loer. Ik weet zeker
dat Ila van der Pouw iedereen zal betoveren! Enne: alles is made in Schoorl,
hè. Stipje op de kaart van Nederland. Groots. Of u het zich even goed wilt
realiseren.
Foto: Website Ila van der Pouw
In een andere productie, één met haar poppen, dat is hier goed te zien :-)
Ze hoeven niet altijd
mooi te zijn, visioenen. Er zijn veel definities van te vinden via Google. De
eenvoudigste verklaring is “droombeeld”. Wat indrukwekkender vind ik “een
innerlijk gezicht van profetische of mystieke aard, dat als iets
bovennatuurlijks, in een toestand van extase, trance of droom ervaren wordt”.
Een andere uitleg voegt daar nog aan toe dat zo’n beeld een boodschap of
voorspelling bevat. Iemand die zo vaak ver in de toekomst kon kijken, was de
welbekende Franse Nostradamus. Althans, dat zeggen zijn aanhangers. Hij werd
geboren in Saint-Rémy de Provence in 1503 en overleed in Salon de Provence in
1566. Langs zijn huis ben ik herhaaldelijk gelopen. Toch indrukwekkend, het
geboortehuis van zo’n man over wie eeuwen later nog wordt gesproken en van wie
zijn werk van tijd tot tijd opnieuw uitgebracht wordt, vertaald en wel. Hij
schreef zijn Profetieën in 1555: de Wereldoorlogen, de praktijken van Hitler en
Napoleon, het communisme, en zelfs het terrorisme in Europa. Niet mooi dus. En
een gevoel van machteloosheid zal hem beslist overvallen hebben.
In Bergen hebben we de
afgelopen herfstvakantie heel wat visioenen van veel kunstenaars kunnen
bewonderen of gewoon onbevooroordeeld kunnen aanschouwen of ervaren. Een mooi
thema, al vond ik veel van de werken die ik zoal zag er niet echt in
thuishoren. Maar misschien zal pas over een jaar of over een eeuw blijken, dat
het destijds in oktober 2016 weldegelijk ging om echte visioenen.
Zo bleek ik bij het
schrijven van mijn roman “Erfdeel” tussen 1995 en 2005 regelmatig in trance
verkeerd te hebben. Niet dat ik gedurende tien aaneengesloten jaren aan dit
boek werkte. Integendeel. In die periode verhuisde ik zelf 4x en hielp ik mijn
moeder 2x verhuizen, werd zij uiteindelijk zeer dement en stierf ze in 2004.
Overigens herinner ik me nu opeens dat ik over haar wel eens een echt visioen
gehad heb. Het moet 1978 geweest zijn, ik woonde nog op kamers in Den Haag,
werkte in het onderwijs en luisterde bij toeval op een vrije middag naar een
radioprogramma, dat uitgezonden werd vanuit een verpleeghuis. Plotseling moest
ik erg huilen, móest ik mijn moeders stem even horen, dus belde ik haar op. Ze
vroeg wat er was. Mijn relaas eindigde ik, wederom in tranen, met de woorden:
“Het lijkt me zó verschrikkelijk, dat juist jou zoiets overkomt…” Natuurlijk
riep ze uit, dat haar dat helemaal niet ging gebeuren. Toch was het zo, 20 jaar
later was het een feit.
Bij bepaalde passages
tijdens het schrijven moet ik haast wel af en toe even van de wereld geraakt
zijn. Mensen wijzen me soms op fragmenten die ik niet meteen herken. Laatst heb
ik daarom toch maar weer eens een boek van mezelf herlezen, een gekke
gewaarwording. Want zo’n kleine tien jaar na het schrijven van “Erfdeel” bleek
de daarin omschreven dood van de hond van het hoofdpersonage, Carmen, bij
toeval enorm overeen te komen met de manier waarop ik onze zwarte Molly in 2014
met behulp van dierenarts Maaike thuis heb moeten laten inslapen. Het was eind
juli, niet bepaald de tijd van de vergeet-mij-nieten, toen ik haar as begroef
onder een hortensia, de schaduwrijke plaats waarvandaan ze mij het liefste
observeerde, wanneer ik onkruid wiedde of blad harkte. In het voorjaar van 2015
kwamen ze rondom haar overal op, dicht op elkaar, de kleine blauwe bloemetjes
die me lieten weten wat ik toch al wist: dat ik dit trouwe dier nooit zou
kunnen vergeten. Carmen had ze daar denk ik over haar uitgestrooid… Daarnaast
is de scène waarin Carmen op Aruba haar geboortehuis terugziet precies gelijk
aan mijn eigen ervaring in 2009 bij het weerzien van het huis uit mijn jeugd
aldaar. Zodoende heeft de huidige bewoner van binnenuit een prachtige foto van
een glas-in-loodraam kunnen maken, die nu prijkt op mijn roman “Glas-in-lood”.
Over die straks
ontboste duinen heb ik óók al visioenen gehad. Sindsdien overvalt me de
machteloosheid. Want alles ligt toch al vast… Het gaat natuurlijk gewoon dóór
of we dat nu willen of niet. Maar verzwakt straks dat losse zand onze zeewering
niet ernstig, terwijl het water aan het wassen is? Honderd jaar oude
boomwortels houden de boel toch beter “dijkvast”, lijkt mij, dan dat
onooglijke, oorspronkelijke duinorchideetje, dat Staatsbosbeheer wil
terugkweken?
maandag 29 augustus 2016
Ode aan de vriendschap
Ze ontstaan als vanzelf,
ongeforceerd en bij toeval. Althans, bij mij is dat zo. Je woont bij elkaar in
de buurt, je ouders zijn bevriend, je komt in eenzelfde klas terecht of woont
op kamers in hetzelfde huis. Je bent collega’s en ontmoet elkaar ook na het
werk. Je verhuist en in het appartementencomplex begint het met een praatje met
de buren, een kop thee en een gezamenlijke maaltijd. Je wordt lid van een
serviceclub en met een aantal leden houd je voorgoed contact, anderen blijf je
volgen en als je ze ziet, deel je iets warms uit die vervlogen tijd. Vrienden
voor het leven, een voor een. Ook al neemt de frequentie van je bezoeken af.
Vaak noodgedwongen, meestal omdat er nu eenmaal 24 uur in een etmaal zitten en
slechts 7 dagen in een week. En mede daardoor verwateren sommige vriendschappen
ook. Tot je elkaar weer eens tegenkomt en het is, alsof de tijd totaal heeft
stilgestaan. Het is me niet vaak overkomen dat ik na verloop van tijd bedacht,
dat we geen aansluiting meer hadden. En als ik zie of ervaar hoe de diverse jeugdvriendinnetjes
geworden zijn, dan vind ik het leuke vrouwen. Dat geldt voor zowel degenen die
je na jaren weer terugziet, als voor die van de continue vriendschappen. In het
eerste geval kan het zijn dat je na lange tijd weer eens bij elkaar aan tafel
zit en met elkaar komt tot echte gesprekken en ouderwetse lachbuien. In het
tweede geval voelt het als familie. Je hebt elkaars ouders gekend tot aan hun
dood, volwassenen die jou iets van de liefde die ze voor jou als kind
voelden, nalieten. Het is hoe dan ook in beide gevallen altijd zo dierbaar en vooral zo gemakkelijk.
Iemand zei me eens, dat
het leven met de mensen om je heen is als het reizen met een trein: er stappen
mensen in en er stappen mensen uit. Sommigen reizen lang mee, sommigen doen een
tussenstation aan en gaan jaren een eigen weg, springen dan op een dag wederom
aan boord om met jou die reis te vervolgen. Anderen zie je nooit meer terug. Niet
erg, vooral niet wanneer de herinneringen prettig zijn. Dan blijven ze op de
een of andere manier toch een beetje met je oplopen en dat is mooi. Tenzij het helemaal de bedoeling niet was dat ze voortijdig het eindstation aandeden.
Jammer genoeg komt het
voor, dat in jouw wagon door toedoen van anderen sommige passagiers meeliften
met wie de
bekende “klik” uitblijft. Dat kan best problematisch worden. Nu ga ik eigenlijk
altijd met open vizier op stap, altijd nieuwsgierig naar anderen, vooral wanneer
ze iets spiegelen dat ik niet goed ken. Dat vind ik een uitdaging, maar ik blijf
daarbij trouw aan mezelf. Soms ontstaat er alsnog iets leuks, maar als ik het
gevoel krijg nooit goed genoeg te zijn, of wanneer ik aan voorwaarden moet
voldoen die niet bij me passen, dan stop ik er tegenwoordig geen energie meer
in. In een tuintje met bloemen zie je ook dat sommige planten gaan woekeren. Als mij dat verstikt, mag ik dan weggaan of moet ik het me laten welgevallen? Dat is de vraag, de eeuwige afweging.
Gelukkig. Een immense rij
vriendinnen loopt al jaren met me op. Dat ik daarnaast de vriendschappen van
mijn ouders mocht overnemen, zie ik als een extra cadeau, dat bijna helemaal is
uitgepakt op grond van hun leeftijd, helaas. Zij leerden me de waarde van
kameraadschap, iets om dankbaar voor te zijn. Als ik ze allemaal regelmatig zou
willen ontmoeten, dan heb ik elke dag iets anders te doen. Vaak laat ik het
aankomen op – alweer – dat toeval. Dan pak ik de telefoon, krijg ik 2x geen
gehoor en bij de derde is het bingo. Een afspraak is dan snel
gemaakt, een gezamenlijk museumbezoek volgt of een dagje in de stad, een lunch of diner bij
een van ons, al dan niet met “de mannen”. Het is jammer dat het verkeer zo druk
is en vooral dat automobilisten vaak niet aandachtig rijden, zodat ik tegen een
lange autorit ben gaan opzien en ik sommige vriendinnen veel te weinig zie. Me
bewust van de eindigheid van het leven, omdat ook ik zomaar vanzelf een
60-plusser geworden ben en al van vriendinnen definitief afscheid nemen moest. Het
mooie is dat ook zij, net als alle anderen, met me blijven opreizen. Leeftijd
bestaat dan niet. Alleen nog Lééf tijd. Herinneringen maken daar wezenlijk deel van uit.
Mijn 8e verjaardag in Bergen, Duinhoeve
Fitness voor lichaam en geest
Ja, hoor. De kogel is
door de kerk. Of liever: door de sportschool. Sinds half augustus bevind ik me eindelijk
weer eens met regelmaat in een fitnesscentrum. Riep ik vroeger als instructeur
dat het de enige manier is om gezond ouder te worden, nu onderschrijf ik dat
ferm. Ook onderken ik dat ik het véél eerder had moeten doen.
Maar ik tuinier toch
vaak? En die dagelijkse wandeling met de hond gedurende twee uur? Er zijn
grenzen… Ja, er waren net iets meer redenen om nog een jaar te wachten. Voor je
het weet, verstrijkt de tijd en ruim anderhalf lustrum later constateer je dan opeens
dat er véél meer redenen zijn je NU op te geven.
Zo sprong ik op een dag
op mijn fiets, dook ik onder de N9 door en over het kanaal richting
Warmenhuizen. Aan de buitenrand van het dorp ligt op 3 kilometer van mijn huis al
een paar jaar een splinternieuw fitnesscentrum. Ik kwam er binnen, maakte
kennis, gaf me op en betaalde meteen per pin een jaar vooruit. Huppetee. Als je
iets doet, dan moet het ook goed.
Weer terugfietsend
realiseerde ik me dat ik niet had gedacht aan mijn ogen die binnenkort van de
staar worden afgeholpen. Dom! Want met een beetje pech ben ik van dat zojuist geboekte
jaar 2 maanden uit de running en ik had natuurlijk moeten bedingen dat ik ze
mocht inhalen. Volgens het reglement is er géén blessuretijd te reclameren,
maar vooruit: een maandje zou ze me
matsen, de mevrouw die me heeft ingeschreven. En ik haar dus ook. Aardig. Eerlijk
ook. Want hoe kon ik dit nou vergeten te melden?
Tot die staaroperatie zorg
ik drie keer in de week mijn rondje apparaten af te werken. Vier trainingen
later merkte ik dat er in mijn bovenkamer al heel wat endorfine was aangemaakt.
De blijdschap nam toe. Na zeven keer voel ik dat ik ronduit weer echt vrolijk
ben. Of komt het omdat ik me, sinds ik mezelf dit abonnement cadeau gaf en
daarmee iets doorbrak, in een soort opgaande stroom bevindt, waarbinnen diverse
dingen opeens op de goede plaats vallen?
Morgen “mag” ik weer, na
twee dagen rust. Want we overdrijven het niet. Deze instructeur is bij de les. Lichaam
en geest zijn in balans. Net als bij het skiën ben je een uurtje alleen maar
bezig met je lijf. Dat lijf dat mij tot nu toe zo geweldig dient. Dat gezond en
wel nog steeds pittig functioneert, iets om erg dankbaar voor te zijn en om in
stand te houden. Op de fiets ga ik ernaar toe, opgewarmd en wel train ik
gedurende 5 kwartier mijn spieren en lenigheid, tussendoor roei ik een eindje
en na wat rekken en strekken fiets ik rustig weer terug. Heerlijk. Een aanrader.
Niet alleen mijn botmassa zal toenemen – en dat is het doel van de actie J
Haha, grapje van Michiel van Kempen :-)
Ziet er wel sportief uit...
Abonneren op:
Posts (Atom)















