donderdag 22 januari 2015


“Blue Monday” 2015

Sinds ik vorig jaar voor het eerst van dit fenomeen hoorde, was ik er dit jaar een beetje op gebrand. 19 januari was het zover.

Maar ik kan me er eigenlijk echt niets bij voorstellen. Dat je gewoon geen zin hebt in die goede voornemens en ze aan je laars lapt. Daar ben je toch zelf bij? Dan word je toch niet verdrietig? Of dat je ongelukkig kunt worden van het feit dat je vakantie nog ver weg is. Ben je dan verwend of ben je dan blasé? Shame on you! Ongelooflijk om van zoiets van de leg te raken, terwijl om ons heen de wereld er behoorlijk dramatisch uitziet, mensen vechten voor hun gezondheid, en anderen hun baan dreigen te verliezen. Om over de gebeurtenissen in Parijs te zwijgen.

Jongstleden Blue Monday wandelde ik met fototoestel en hond door ons weergaloos mooie bos. De dag begon blauw onder invloed van de laaghangende nevels. Langzaamaan knalde het licht door de bomen heen – wonderschoon. Daarvan word je vanzelf overgelukkig!

Mijn anti-dip-tip? Zoek eens wat vaker de natuur op. Het geeft rust en berusting, maakt je fit en je ademt zo lekker veel gezondheid in. Die buitenlucht. Echt, het helpt. Alleen al door te kijken naar de natuur stel je je positiever op. Het onooglijkste boompje krijgt glans, zelfs een omgehakte boom heeft een functie en alles zoekt een plaats in het licht en weet die plek veelal daadwerkelijk te vinden.

Mijn blauwe maandag was werkelijk blauw. De vroege ochtend was dat door de laaghangende nevels. De lucht was het. En ten slotte zag ik zelf blauw. Van de kou. Maar ja, dan heb je ook wat. Een serie prachtige foto’s en een dolgelukkige hond. Helemaal warm van binnen wandelden we naar huis, mijn hond en ik. Heerlijk. Nog ruim 11 maanden te gaan!
 



 

 

woensdag 14 januari 2015


ERFDEEL door Eric Abbas (die helaas enkele jaren later overleed aan de gevolgen van de ziekte ALS)
21 mei 2009

Het zal zo'n twee jaar geleden zijn geweest dat ik Giselle Ecury's roman “Erfdeel” onder ogen kreeg. Wij deelden op dat moment nog dezelfde uitgever: Conserve in Schoorl. Ik verhuisde kort daarna naar Servo in Assen, zij naar In de knipscheer in Haarlem.

Niet alleen was ik onmiddellijk onder de indruk van de grote literaire kwaliteiten van mijn stalgenote, vooral de parallellen met mijn eigen werk troffen me. Net als het hoofdpersonage van   mijn “Een brief naar Indië”, moest de kleine Carmen in “Erfdeel” haar vertrouwde tropische wereld op zesjarige leeftijd opgeven voor die van het kille Nederland. Net als hij, zal zij daarna tussen twee werelden in moeten leven, zich nergens echt thuis voelen. De  dramatische gebeurtenissen in beide boeken worden erdoor bepaald en ingekleurd. Het verhaal wordt geschreven vanuit de herinnering van beide kinderen.

Inmiddels zijn Giselle en ik goed bevriend geraakt. Bij de presentatie van mijn laatste boek speelde zij een belangrijke rol. De band die we beiden hebben met de Antillen bindt ons. Ook ik heb een tijd op Aruba gewoond en “Bruha?” is daar – zij het verhuld –  gesitueerd. Beiden worden we ook in de west gelezen en tot ons genoegen gewaardeerd.

Met spanning kijk ik uit naar Giselle's volgende boek, dat in september moet verschijnen. Van harte hoop ik dat het de aandacht van veel Nederlandse lezers zal trekken!
 
                                             
 
 
 

maandag 12 januari 2015


Facebook

Het is echt waar. Zelfs ik “zit op Facebook”. Nog steeds en met plezier. Wie had dat gedacht? Bijna alle nadelen die iedereen me voorhield, worden telkens weer teniet gedaan zodra ik op mijn tijdlijn de leuke, zinvolle en vaak vrolijke berichten vanuit de hele wereld en afkomstig van ouderen en jongeren zie binnenkomen. Dat schept verbondenheid.  

Er zitten Facebookvrienden tussen die in werkelijkheid eveneens behoren tot mijn kennissenkring of dierbare levensgezellen, zoals ik ze onderhand mag noemen nu ze al zoveel jaren met betrokkenheid en warmte over mijn schouder meekijken. Er zijn mensen bij die mijn beide ouders zelfs nog gekend hebben. Waarbij opgemerkt dat mijn vader in 2014 al dertig jaar niet meer onder ons is en mijn moeder tien.

Het komt dus voor dat één regel op Facebook mij onmiddellijk de telefoon doet grijpen, om van dat kleine nieuwtje een echt item te maken. Of dat er een hele privécorrespondentie ontstaat, een hernieuwde “live” kennismaking of een gezellige e-mailwisseling. Daarnaast bracht iemand me op het idee dagelijks iets te posten uit naam van Lorenzo Bukowski, een prachtig in Zweden vervaardigd beertje dat ik van haar voor Kerstmis kreeg. Dat doe ik weliswaar niet elke dag, maar toch met regelmaat. Dan fotografeer ik hem en laat ik hem zijn beslommeringen uiten. In het Engels. Meteen een goede oefening, plus leuk voor de FBvrienden die anderstalig zijn.

Facebook oppervlakkig? Welnee. Je kunt er zoveel diepgang aan geven als je zelf wilt. En ondertussen laten mijn vrienden vanuit de hele wereld me hartelijk lachen om grappige of ontroerende filmpjes – die dan weer héél veel over zo iemand zeggen. Of ze nodigen me uit tot nadenken. Tot momenten van reflectie. Soms ontstaat er een boeiende discussie. En soms is het gewoon heerlijk om de foto’s te zien en tekstjes te lezen vanuit het Caraïbisch Gebied, waar ik voor eeuwig mee verbonden blijf op grond van het feit dat mijn wortels daar liggen. En tenslotte heeft Facebook me weer aan het fotograferen gekregen. Probeerde ik de afgelopen jaren alles te verwoorden, nu let ik weer eens goed op beeld. 

Enige maanden geleden ontving ik de zoveelste uitnodiging om een evenement bij te wonen en daar kan ik om voor mij moverende redenen slechts zelden gehoor aan geven. “Dan ontvriend ik u,” was de reactie. Dat moest ik 2x lezen. Mijn woordenschat is vergeleken met anderen vrij groot. Maar van deze term had ik nog nooit gehoord. De betekenis kon ik echter wel vermoeden. Ontvriend worden wil zeggen dat een ander je bar vervelend vindt en dat wíl je toch niet? Ik merkte nog vriendelijk op, dat een mens nu eenmaal per dag prioriteiten moet stellen vandaag de dag. Want wat worden er enorm veel dingen georganiseerd. Kunt u op alles “ja” zeggen? Ik niet. Vaak zit ik ’s avonds nog een paar uur te werken, omdat een stuk af moet en weg, naar de een of andere redactie.

“U bent toch schrijver?” was de reactie. “Dan moet u juist naar dit soort evenementen gaan. Maar ja, laat maar. Ik vind het interessanter om echte auteurs te ontmoeten, zoals Harry Mulisch i.p.v. amateurs zoals u. Dus ontvriend ik u.”

Opeens was ik helemaal aan het nieuwe woord gewend en het deed me geen ruk. Meteen ging ik met veel compassie zelf over tot “ontvrienden”. Iemand die zo’n 4 jaar na zijn dood deze grootse schrijver nog ontmoette… Was dit wellicht de verpersoonlijking van één van de nadelen die anderen me welwillend hadden voorgehouden?
 
 
 
 

Klaar met klagen                                                                                             

Parijs afgelopen week. Terwijl ik de verslaggeving van het drama bekijk en beluister, wordt het me koud om het hart. Er zijn dingen gebeurd die je 15 jaar geleden niet had kunnen bedenken.

Via Facebook komen in rap tempo de posts binnen met “Je suis Charlie”. Parijs is dichtbij, van Frankrijk houd ik en de gebeurtenissen zijn dieptreurig en beangstigend. Uit machteloosheid steek ik twee kaarsjes op. Het gevoel dat we dit niet alleen aankunnen, dat we nu met elkaar – waar ook ter wereld – een kordon van liefde, licht en verbondenheid moeten vormen om in contact te komen met het spirituele, overheerst. Dit kwaad moet daarop afketsen. Tot hier, niet verder!

Vanuit het Caraïbisch Gebied komen via Facebook heel andere dingen binnen. Gezellige foto’s van zonovergoten stranden met spelende kinderen, een filmpje van een zwemmende schildpad, een foto van een oude, maar appende oma. Dan een serie klachten over de slechte televisieontvangst betreffende “Het Beste van Nederland”, een zender die allerlei “leuks” uit onze programmering de tropische ether instuurt. Voorzichtig beantwoord ik, dat Nederland op dat ogenblik niet zoveel beste dingen te melden heeft i.v.m. de drama’s die zich in Parijs voltrekken. Als antwoord komen nog wat klachten, zoals: Zó vervelend dat je overdag niet gezellig televisie kunt kijken! En: Het is ook altijd hetzelfde liedje… Geen enkele reactie op wat er in Parijs gebeurt. Misschien logisch, want het is daar ver van ieders bed.

Vreemde wereld. Herkenbaar ook. Klagen zit de mensen in het bloed. Van mijn vader leerde ik al vroeg dat een dagelijkse dosis dankbaarheid voor alles wat wél goed is, te allen tijde moest prevaleren boven wat dan ook. Samen met mijn moeder (veilig op de rand van mijn bed), noemde ik vóór het slapen gaan uitsluitend de fijne dingen op die gebeurd waren. Hoe wijs. Je leert dat – wat er ook gebeurt – het glas altijd halfvol is.

Vandaag de dag zou dankbaarheid ons passen voor ons tot op heden nog steeds goede leven in vergelijking met de dagelijkse besognes in delen van de wereld, waar onschuldige mensen kapot geschoten worden, of jonge meisjes van school geronseld worden om verkracht en vermoord te worden door veel oudere seksbeluste mannen. Het zal je kind maar zijn! En hoeveel mensen moeten niet in angst leven omdat ze op andere wanstaltige wijze bedreigd worden?

Dit vraagt om herijking van onze eigen kijk op het leven én op het leven van alledag. Kom op, lieve mensen. Het moet onderhand klaar zijn met dat klagen. Oók als er iemand je voor de voeten loopt of fietst. Of treuzelt op de autoweg. Zie het eens in breder perspectief, kijk waar het in wezen om gaat en laat je hart volstromen van geluk. Het resultaat? Liefde. Veel liefde.

Facebook zendt een nieuw bericht uit Curaçao naar mijn scherm: “In de kale kerstboom beginnen vogeltjes te nestelen.” Aahh... Vertederend, toch? En een zeker besef, dat je echt maar beter een creatieve vrije vogel kunt zijn die zonder te klagen zelfs heil ziet in een afgetuigde kerstboom en er iets van probeert te maken. Laten we er met elkaar een mooi, liefdevol en warm jaar van maken.
Dat stemt me nu al dankbaar!
 







 

woensdag 31 december 2014


Vuurwerk

Nog even, dan gaat 2014 naadloos over in 2015. Althans dat wensen en hopen we. Helemaal zeker ben je daar vandaag de dag niet meer van. Neem nu gisterenmiddag. Het zal zo’n uur of vier – half vijf geweest zijn. Iemand die bij ons thuis aanwezig was, had zijn auto vóór de deur geplaatst. Niet op het wegdek, maar keurig daarnaast, in de strook gras die daarvoor bestemd is, tussen de bomen.

Terwijl we aan het werk waren, samen een nieuw en bijzonder project aan het voorbespreken waren, ging er een behoorlijk stuk vuurwerk af. Ik dacht nog: Dat komt van dichtbij. We luisterden even, er gebeurde niets en gingen weer aan de slag.

Bleek later dat onverlaten een vuurwerkbom tegen de Volvo van mijn bezoeker had aangekegeld, met alle gevolgen van dien. Problemen met de elektronica in het autoslot en een flinke deuk. Knap beroerd, want zie dat maar eens vergoed te krijgen zonder gevolgen voor je no-claim. Los van de beslommeringen en rompslomp die het met zich meebrengt.

Heel jammer dat men steeds minder oog heeft voor de eigendommen van anderen. Er is een tijd geweest dat je voorkomend was – en dat werd er ingepompt tijdens de opvoeding. Je leerde het verschil tussen mijn en dijn, moest sparen alvorens iets kostbaars te bezitten en dus zorgde je er goed voor. Dat deed je ook voor de spullen van iemand anders. Die had er immers ook behoorlijk lang hard voor gewerkt en geld voor apart moeten leggen. En nu?

Erg jammer om het jaar 2014 zo te moeten afsluiten met die negatieve boodschap. Eerlijk gezegd weet ik het nu zeker. Anno 2015 kunnen jonge en zelfs de wat oudere vuurwerkstokers de weelde van dit product niet meer aan. Ze kunnen er niet meer naar behoren mee omgaan en richten schade aan. Zij veroorzaken letsel bij zichzelf of anderen, of maken materiële zaken van zichzelf (wat ik eigenlijk niet erg vind) of van buitenstaanders kapot.

Het wordt tijd dat we op Oudejaarsavond per dorp of stad kunnen genieten van een georganiseerd vuurwerk, dat is opgesteld door professionals en dat ook wordt afgestoken door beroepskrachten. Het heeft nog een groot pluspunt: het verbindt. Want niets is zo leuk als met elkaar in dikke winterjas naar buitengaan, op straat een praatje maken met je dorpsgenoten, samen genieten van een spetterend vuurwerk om zo samen een nieuw jaar in te gaan, bedolven onder de goede wensen. En dan daarna huiswaarts keren. Of lekker nog even een glaasje drinken bij buurtgenoten of vrienden.
 
Van harte wens ik iedereen een mooi nieuw jaar toe!
 
 

donderdag 11 december 2014


Herinnering aan mijn Wonderhond                                                                                      

Mensen die géén hond hebben, zijn vaak verbaasd, dat liefhebbers van deze trouwe viervoeters alles over hebben voor hun beestje, zelfs vrije tijd. Voor geen goud zouden ze hem willen missen. Dat gold zeker voor ons. Sterker nog. Labrador Molly kleurde onze dagen.

Alleen al het gegeven, dat je met een dier werkelijk kunt communiceren, vind ik een verrijking. Bij sommige mensen kan het je gebeuren, dat je volkomen langs elkaar heen praat, hoe goed je ook iets probeert uit te leggen of hoe intensief je je ook hebt verdiept in de denkwijze van deze persoon. Je probeert het gezellig te houden, gaat nergens op in, laat het de kant opgaan van die ander, die je bij het afscheid naroept dat het zó leuk was, dat zij of hij hoopt op een snel weerzien. Met wallen onder je ogen aanvaard je de terugreis. Pffffffffffffff.

Maar dan Molly. Een huisdier. Hangoren, een kwispelstaart. Schrandere ogen. Niets bijzonders aan. Maar als zij me aankeek, smolt ik en wist ik precies wat te doen. Soms bedoelde ze, dat haar water op was. Dat er onder de bank een macadamia lag, die ik al de dag ervoor had laten vallen en dat het nu onderhand tijd werd, dat zíj hem mocht opeten. Dat haar bal onder de kast gerold was en dat zij er graag mee wilde spelen. Nee, echt, ik interpreteerde haar blik niet op een wijze die mij uitkwam. Ze vertelde het gewoon. En niets was me teveel. Het vertederde, maakte vrolijk, gaf massa’s energie.

Een bijkomstigheid is, dat je met je hond door weer en wind uit moet, zodat zij buiten haar behoeften kan doen. Doorgaans vinden mensen dit vreselijk, vooral als het hondenweer is of guur. Ze had ook nog eens gitzwart haar, dat uitviel en dat vrijwel dagelijks opgezogen moest worden. Met andere woorden: Molly zorgde voor extra werk. Molly dirigeerde tevens mijn dagritme, want doordat ze er met regelmaat uitmoest voor die plas en zo, diende ik ervoor te zorgen bijtijds thuis te zijn, of iemand te organiseren die mij verving.

Volmondig kan ik zeggen, dat deze dingen nooit opwogen tegen het plezier, dat wij hadden met Black Molly. Van hondenweer – what’s in a name? – gaan je wangen zo lekker gloeien. Wonen aan de kust maakt je huis zanderig, dus stofzuigen moet toch. Meestal vergezelde Molly ons op uitstapjes buiten de grenzen van onze kampong. Overal was ze graag gezien. Ze ging slapen en liet niets van zich horen.

Zo gingen we eens naar Zwitserland. Ze lag achter in de auto in haar mand, terwijl wij bliezen over de autobaan. Je hoorde of zag haar niet. Het was dat wij na een paar uur zeiden, dat Molly haar poten even moest strekken (terwijl we natuurlijk eigenlijk bedoelden, dat we zelf behoefte hadden aan een sanitaire stop). Zouden we onverhoeds doorrijden, dan maakte zij daar geen enkel bezwaar tegen. Ze sliep, draaide af en toe een rondje en snurkte door met haar kop naar de andere kant.

Niemand hoefde te proberen een vinger naar onze auto uit te steken of naar binnen te gluren. Haar zware blaf schrok iedereen af. Niet dat we haar alleen achterlieten in een overvolle auto. Wij gingen om de beurt naar de wc en zij hield alles in de gaten, hetzij vanuit haar positie in de mand, hetzij tijdens een loopje over het parkeerterrein. Ondertussen vuurde ze zo haar vragen op me af: “Waar gaat de baas heen? Komt hij terug? Wat ga jij nu doen? Achter het stuur zitten om er vandoor te gaan? Maar hij is er nog niet, even wachten dus! Zie ik hem daar? Ach, jammer, het was iemand anders met een bruin jack. Dáár! Daar issie! Zie je het ook? Gelukkig, het roedel is weer compleet!” Mevrouw vlijde zich neer en we konden verder.

Hartverwarmend was de aankomst in een hotel. Zodra mand en bagage neergezet waren, was het tijd voor een lange wandeling. Voor ons minstens zo noodzakelijk, na dat stilzitten in de auto. Haar maaltijd volgde, een prachtig ritueel, waarvan ze met hart en ziel genoot. En daarna? Ze kende haar plaats, was sociaal, ging braaf in haar mand liggen en keek ons aan.

“Zo. Nu zijn jullie aan de beurt,” zei die blik. “Ga maar lekker uit eten. Ik pas op dit tijdelijke huisje. Tot straks.” Was het geen wonderhond? Vergeten doen we haar niet, al vult adoptiehondje May tegenwoordig onze dagen. Ontwapenend deed ze haar intrede. Vrijwel direct veroverde ze ons hart. Jong, energiek. Pittig op weg in de pootsporen van haar voorganger te treden. Ons zwarte goud. Dáár zijn we gelukkig nog niet van af. Met een hond loopt ons huishouden als een geoliede machine.

 
Met Molly in de duinen
 
 

Volksverlakkerij                                                                 

Liefdevol werd hij “Vadertje Drees” genoemd, de politicus die bezield leiding gaf, een pragmatisch ingestelde sociaaldemocraat die na de Tweede Wereldoorlog de Noodwet Ouderdomsvoorzieningen initieerde op basis van een zeker rechtvaardigheidsgevoel. Later werd dat de Algemene Ouderdomswet, waaraan elke belastingbetaler een bijdrage levert. Sta er eens bij stil, dat onze levensomstandigheden nu – ondanks de huidige economische crisis – vele malen rooskleuriger zijn, dan tijdens de wederopbouw van ons land. En dat niet alleen.

De mensen zijn anno 2014 véél mondiger, maar dat impliceert niet, dat ze ook kundiger zijn en competenter. Het woord “Zesjescultuur” is niet vanzelf ontstaan. Maar pragmatisch is de Nederlander wel gebleven. Wat dat betreft is één van wijlen Dhr. Drees’ lijfspreuken, “Niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk” ons op het lijf geschreven. Nuchterheid steekt in ons alcohol- en andere genotmiddelen lievende landje precies op het juiste moment gelukkig toch nog wel eens de kop op. We laten ons niet alles meer door de strot drukken. Het volk laat zich niet meer verlakken.

Neem nu de verbouwingsplannen van onze mooie dorpen Bergen en al eerder Schoorl. Wanstaltig. Projectontwikkelaars willen maar niet geloven, dat het echt gedaan is met die grootheidswaanzin. Dat mensen liever gaan voor noeste handarbeid, klein-maar-fijn en zelfgemaakte oerproducten. Zo hebben ze 2x lol: van het produceren en van het smikkelen. “Focus op kosten, dan gaat de kwaliteit omlaag. Focus op kwaliteit, dan gaan de kosten omlaag”, las ik ergens. De voedselindustrie komst steeds vaker in het geding, en terecht. Heel goed, dat er eindelijk openlijk kritisch gekeken wordt naar de inhoud van dat gelikte pakje of potje “gezondheid” dat wij natuurlijk in grote hoeveelheden moeten inslaan, waardoor we vervolgens dikker en ongezonder worden. Maar dát zal de producent een worst zijn!
Het gevolg? We willen puur. Weten wat we eten en weten hoe we wonen. En dus moeten gemeenten dáár op inhaken, i.p.v. een Supermarkt XL te proppen in een lieflijk dorpje, waar al enige supermarkten en speciaalzaken zíjn die ruimschoots voorzien in de specifieker wordende behoeften en de zó gewenste duurzaamheid. Waar ooit het bijna sprookjesachtige winkeltje van De Wijs & Broers voorzag in pure, in papier verpakte kruideniersproducten, vers van de schep en met een zakje zuurtjes voor de kinderen toe,  zie je de laatste jaren ondernemers hun nek uitsteken die net als deze broers wéten wat ze de eter bieden. Dáár is vraag naar.
Dorpspolitici zouden met compassie en een oeroud rechtvaardigheidsgevoel moeten luisteren en kijken naar omgeving en bewoners. Uiteindelijk levert dat het meeste op: charme, tevredenheid, toeristen die graag blijven terugkomen en geld. Alleen zó is het goed jong zijn en oud worden in Bergen. Niet alles kan. Dat heet Geluk.