zondag 12 oktober 2014


Huisoppasser gevraagd met kind noch kraai

Laatst las ik een advertentie, waarin gevraagd werd om een huisoppasser. De gegeven omstandigheden waren ideaal. Groot, oud huis, maar dan wel ingericht naar de hedendaagse maatstaven. Met inloopkasten, regendouches en lichten die aanfloepen zodra het schemert. Enorme tuin eromheen. Zwembad. Foto’s ter illustratie. Piet Boon, op zijn minst. Om te watertanden. Leuk stadje om te verkennen. Hoe lang blijft u weg? Doe mij maar drie maanden, maar vooruit, de gewenste twee weken vind ik ook wel oké.

Op dat moment ontwaarde ik de kleinere lettertjes: “Kinderen en eigen huisdier meenemen kan niet, wel is er internet aanwezig.” Drie keer moest ik het overlezen. Het moet toch niet gekker worden, dacht ik. Dat je kinderen en een eigen huisdier nou in één adem noemt, vooruit, dat kan ik begrijpen. Maar dan die – hoe zal ik het noemen? – pleister op de ontstane wonde?  Het doekje voor het bloeden? Want zo staat het er. Grof vertaald kan ik er alleen het volgende van maken: “Ik heb slecht en ik heb goed nieuws. Laat je kinderen en je huisdier maar lekker thuis, al is het voor u misschien wat vervelend. Niet getreurd. Daar heb ik iets op gevonden om dat gemis in één klap weg te werken: Er is internet aanwezig!”
Of zie ik dat verkeerd? Hallo, hond. Halló kind. Zijn jullie in beeld? Nee? Nou ja, doe dan de PC maar aan. Stoort zeker minder. En maakt in elk geval niks stuk. Zegt niets terug en houdt je toch lekker bezig. Dat is pas socializen.

Drie maanden zei ik? Doe maar niet. Ik zou als de dood zijn zelf een kopje koffie leeg te kieperen boven de bank. Met poep aan mijn schoen het hoogpolige tapijt van de haren van de sneeuwwitte klipgeit te betreden. En bovenal moet ik dan ook nog de reuring missen die mijn viervoeter veroorzaakt.

Liever blijf ik gewoon in mijn eigen stulp die niet past in het chique lifestyleblad, waarin uw woning waarschijnlijk juist niet misstaat. Is het niet prachtig dat we zo naast elkaar kunnen leven in dit land? Bij wijze van spreken, bedoel ik.
Thuis hoef ik niet bang te zijn voor plakkerige kinderhanden of vieze modderpoten. Daar kunnen overigens geen 100 wereldwijde webs en PC's tegenop. Al had ik dolgraag samen met mijn hond elke dag honderd baantjes getrokken in uw trendy zwembad…
 


 

 

maandag 6 oktober 2014


Vlijtig Liesje

Kennen jullie dat plantje? Ach, het zijn van die heerlijke zomerbloeiers. Vanaf dag één fleuren ze je tuin op. Met plezier zet ik er her en der wat van in potten. Af en toe dompelen en de rest doen ze zelf.

Een nostalgisch plantje vind ik het óók. Bij mijn oma stonden ze in haar kleine maar gezellige appartement in Heerlen. Dat heette in die tijd nog gewoon een flatje. Op elke vensterbank stonden wat planten. Vooral het koraalkleurige Vlijtig Liesje had blijkbaar haar voorkeur.

“Je kunt ze zo gemakkelijk stekken,” zei ze. Dat demonstreerde ze. Inderdaad ging ik aan het einde van de logeerpartij met een eigen plantje naar huis. Om daar de stektraditie voort te zetten. We kwamen om in de koraalrode Liesjes.

Wat is er vandaag de dag toch met deze bloeier aan de hand? Het lukt me niet meer ze te stekken. De bloemen zijn ook veel groter dan die van vroeger, maar dat kan inbeelding zijn. En vanochtend moest ik constateren dat de lila Lies in mijn tuin bij lange na niet vlijtig meer is. Slechts enkele knoppen in kleiner formaat dan eerst proberen zich te ontwikkelen, terwijl er nog hooguit vier bloemen staan te glanzen in de zon. De rest is uitgevallen. Het heldergroene blad wordt geel.

Herfst? Of is zij zo erg opgeblazen door kunstmest en vliegwerk dat het arme Liesje het aan het einde van de zomer voor gezien moet houden, in de luie stand moet gaan om nog luttele weken tenminste íéts van haar vroegere charme te laten zien om tenslotte het loodje te leggen?

Luie Liesje. Arme Liesje. Voor Pampus in de groene Kliko. Heel anders dan de kleine kwekerij die ik met oma opzette in haar Heerlense flatje. Aan haar heeft het niet gelegen. Zo houdt dan tenminste de herinnering nog bloeiend stand.

Giselle met oma op Aruba, lang voor de Vlijtige Liesjestijd.
 
 
 
 

’t Is weer voorbij, die mooie zomer.

De zomer van 2014 is er één die vroeg begon en die naar mijn idee nooit meer ophield. Althans tot vandaag de 6e oktober, zo’n beetje. Wat een genot dat het elke dag zo lekker warm was en dat de zon zich volop liet zien. Wanneer je tussen de werkzaamheden door je boterham buiten kunt opeten, heb je toch meteen een vakantiegevoel. Dan ruik je even de zee, voel je de warmte op je huid.

Een periode die heftig doorbroken werd door de dood van lieve Black Molly. Ja, we zagen het aankomen. En ja, al 20x had ik het telefoontje naar de dierenarts dat ik op een dag zou moeten plegen, gerepeteerd. Het verzoek of iemand naar ons toe kon komen om in de avonduren Molly te laten inslapen.

Maar als het dan zover is… Ik begon heel mans. Toen werd ik even in de wacht gezet. Ik keek  naar die lieve zwarte schat in haar mand die jaar-in, jaar-uit haar dagen gedeeld had met mij en ik met haar. Moeilijk. Te definitief. Maar het moest, want onze hond hoefde niet te lijden omdat wij geen afscheid konden nemen. Zo kon ik niet anders dan het tweede deel van het telefoongesprek snotterend en huilend volbrengen.

“Gelukkig kan dat, met dieren,” zei iemand me. “Met mensen kan het helaas het niet.” Ik schudde mijn hoofd meewarig. God zij dank kan dat niet, dacht ik. Want echt, neem van mij aan dat het enorm zwaar is te moeten beschikken over leven en dood van je dierbare hond en volgens mij is dat vrijwel onmogelijk wanneer het een dierbaar mens zou betreffen. Want tot en met het moment dat de dierenarts binnenwandelde, twijfelde ik: “Doen we dit niet te vroeg?” Maar het was goed en verliep rustig en sereen. Molly viel in slaap in haar mand, haar kop op mijn arm. De doorgaans wat pijnlijke narcosespuit heeft ze nauwelijks gevoeld.

Onverwacht snel nam de verdrietige periode die aanbrak een wending toen het hondje dat ik bij toeval op internet tegenkwam vanuit Gran Canaria in sneltreinvaart richting Holland kon komen. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik denk aan Molly. Maar kleine May kleurt ondertussen wel mijn tijd en fleurt mijn dagelijkse wandelingen weer op.


 
Zo luidde Molly de zomer in en blaast May hem uit. ’t Is weer voorbij… Welkom herfst. Maar gelukkig wordt het geloof ik binnenkort weer wat warmer. En zonnig.

zaterdag 16 augustus 2014


Kansen

Wat een zomer! Het houdt niet op. Heerlijk. Dat de tijd dan ongelooflijk snel kan gaan, dat weten we allemaal. Maar toch moet ik knipperen met mijn ogen wanneer ik me realiseer dat hondje May maandag vier weken mijn dagen vult en vooral opfleurt. Een grappige bijkomstigheid is, dat de dag erop Molly twaalf geworden zou zijn. Volgens mij kijkt die trouwe lobbes nog altijd mee over mijn schouder. Is het niet een klein wonder dat May me om bijna dezelfde dingen aan het lachen kan maken en kan vertederen? Ze heeft een pittige kop en kan brutaal uit haar ogen kijken, maar als het erop aankomt, smelt je. Ze rent vlinders achterna, ontwaart de kleinste mier, kijkt aandachtig televisie. Op straat is ze een hartenbreker. De ruwste bolsters toonden me de afgelopen weken hun blanke pit, zodra May kans zag die à la minute te laten ontkiemen. Het resultaat? Zachte blikken, een warme glimlach, toegang tot het liefdevolle, warme hart dat even openging en opbloeide. Op zo’n moment denk ik dan toch: Stel je voor dat dit hondje, nadat ze ergens op Gran Canaria gedumpt was door onverlaten, was doodgehongerd! Elk wezen heeft een eigen rol te vervullen. Háár taak op deze aarde heeft ze al menigmaal aan mij geopenbaard. Als een tijger zal ik door dik en dun voor haar gaan.

Onvoorstelbaar wat zij allemaal heeft bijgeleerd. Ze vindt het van zichzelf erg knap. En zo is het. Op haar energie kan ik ronduit jaloers zijn. Mooi te zien is, hoe zij zich opeens middenin een dolle bui terugtrekt in haar mand. Opgerold en wel doezelt ze weg. Zwart schatje. En als ik dan langsloop, krijg ik hoe dan ook even een déjà vu. Meteen voel ik elke spier in voeten en benen. Wandelen wou ik, wandelen zal ik. May houdt van tempo. Duin op, duin af. Ze rent als een hinde, is wendbaar tot en met en onvermoeibaar. De gouden 5-minuten-regel, in feite bedoeld voor de grote en verzwakte rassen, heb ik opgegeven. We lopen gewoon onze ronde, want anders wil Miss May in huis en tuin de boel op stelten zetten en lekker keten. Na het Berger Bos volgen nog de diverse rondjes door eigen dorp.

Begrijpelijk dat de tijd sneller gaat dan ooit. Dus als ik even niets van me laat horen, weet dan, dat mijn nieuwe huisgenoot weet van wanten. En van handen binden. Iets waaraan ik me met plezier overgeef. De zomer van 2014 heeft zo een onverwachte wending genomen en een warm randje gekregen. Met dank aan en respect voor de mensen van de Stichting Robustiano, die dit hondje een kans gegeven heeft. En mij dus ook.

              

vrijdag 18 juli 2014


May Day, May’s Days...

Zonder trouwe ouwe Molly tekort te doen hebben we besloten de leegte op te vullen die is ontstaan na haar dood. Hand zoekt nu eenmaal telkens hond. En hoor ik daar getrippel op de vloer? Het kraken van de mand? Geen enkele wandeling is zo leuk als met een viervoeter om je heen. En naar zee gaan krijgt er meer diepgang door. Los daarvan laat ik me graag vertederen door de grapjes van honden, hun aandoenlijke gedachtegang, vondsten en oplossingen. Net als bij het kijken naar kinderen kun je je door dieren zo mooi laten verwonderen. Als je 28 jaar honden gehad hebt, is het vanzelfsprekend dat je moet wennen aan dagen die opeens voor jou alleen zijn. Niks aan. En tenslotte was ik als kind al zo gek op (deze) dieren.

Als hand in de afgelopen weken geen hond vond, maar vooruit, dan tóch weer het toetsenbord van de computer – dit mens moet wat – klikte diezelfde hand sites aan, waarop honden aangeboden worden die opgevangen zijn in het buitenland, zodat hen een tweede kans geboden wordt om te voldoen aan hun recht op een gelukkig leven.

Op één van die sites vond ik de labradormix May. Ze keek me telkens aan en elke keer dacht ik: “Ze is er nog.” Vijf maanden oud. Jong genoeg om met een liefdevolle begeleiding en veel aandacht alle kanten mee op te kunnen, vooral de goede.

Op een dag keek ze me weer aan, keek ze óns aan. Ze is er nog. Wacht ze op ons? Moet het dan zo zijn? De knoop werd doorgehakt, geld voor de overtocht overgemaakt. De formulieren zijn ingevuld retour gezonden en vol bewondering voor de professionele en zorgvuldige manier, waarop er met de opvanghonden van Robustiano wordt omgegaan om te voorkomen dat deze dieren van de regen in de drup terecht komen, wachten wij op de komst van May. Net als ik is zij een "eilander". Ze komt van Gran Canaria.

We praten over haar, zijn gewend geraakt aan haar naam en als zij dat ook blijkt te zijn, blijft zij gewoon “May”. Op zijn Engels.
Het heeft wel iets. “Gaat May mee naar zee?”  “May, kom je mee?” En wat te denken van de naam van haar hondenhoekje in de keuken: “May’s happy place”. Onder “Molly’s Corner” was daar nog ruimte voor. Zie je nou? Het bijt elkaar niet...

En dan die lieve, positieve reacties van de diverse vrienden die al op de hoogte gebracht zijn.

Van May-be naar May be. Ofwel: van “misschien” naar “het mag zo zijn”. Welkom May en dank aan het team van Robustiano! En aan degene die een advertentie voor haar plaatste op "Baasje Gezocht". We zochten, vonden en kijken er nu naar uit haar op te halen van Schiphol. May Day, May’s Day’s…


 

vrijdag 11 juli 2014


Vakantieliefde

Gisteren begonnen we de dag redelijk vroeg. Met een missie. Er moet een nieuwe voordeur komen. Eén met een Hans-en-Grietje-luikje. Als in de toekomst de bel gaat, zwaai ik niet meteen de hele deur open, maar alleen dat mini-draairaam. Lijkt me geweldig. Knibbel, knabbel, knuistje…

In het derde deurencentrum kwamen we tot een offerte. Niet dat in die andere centra de bediening te wensen overliet. Integendeel. In de kop van Noord-Holland is de klant nog koning. Een vorstelijke ervaring, kan ik je verzekeren!

Inmiddels reden we met blij gemoed halverwege Medemblik. En voor we het wisten, zaten we plotseling in een totaal andere wereld, aan boord van de Cygnus, het zeilschip van vrienden. De koffie smaakte goed, er woei een zacht windje. Zodra je voeten een steiger voelen, ben je sowieso meteen al ontspannen, laat staan wanneer je lekker lui in de kuip zit, terwijl de stagen voorzichtig klappen tegen de mast en de stemming prettig is. Maar de missie was: een nieuwe voordeur, dus op het aanbod een stukje te varen, gingen we wijselijk niet in.

Toch laat ik ook het einde van die ‘s zomerse dag niet onvermeld. Thuiskomen vind ik ook na leuke bezigheden het beste wat je kan overkomen. Wat zich achter mijn voordeur afspeelt, ontspant me het meest. In dit jaargetijde kun je daar gerust de tuin bij betrekken.
 
De namiddagzon scheen, het ligbed wachtte. Begon ik deze week om 10.00 uur op het strand een bijzondere relatie met Kees de jongen en slaap ik sindsdien alle nachten met hem in, op mijn terrasje ontbrak hij evenmin. Ik ontmoette hem op de markt in Bergen, waar het sowieso altijd gezellig is. Om hem heen kon ik niet. Hij claimt me wel een beetje, maar vooruit. Zulk lachen met die knul.
 
Hij is al een ouwetje hoor. Geboortejaar 1923, net als mijn moeder nota bene. Maar zijn fantasie en humor doen het anno 2014 nog steeds goed. Hij amuseert en vertedert me, zijn pure gedachten volg ik met empathie, de band met zijn vader is hartverwarmend. Met plezier volg ik hem, deel ik mijn tijd met hem. Best wel toegewijd, want dat verdient deze knaap, mijn vakantieliefde. Het quasi onverschillige dat hij soms bloot legt, kan hem misschien nog eens duur komen te staan. Best spannend, maar ik vertrouw erop dat hij zijn weg zal bewandelen met opgeheven hoofd, tot het eind. Ondertussen blijf ik me graag in hem verdiepen en vind ik het leuk dat hij mij op zijn leeftijd met zijn jeugdige overmoed in zijn greep houdt. Zo wil ik óók wel oud worden!

O, jee. Terwijl ik uit mijn raam kijk, zie ik hem al liggen onder de parasol. Kees, jongen, ik kom eraan, hoor! Even nog wat factor 30 op de benen - tja, dit is per slot 2014, man - en dan ga ik met jou een bakkie doen!
 
 

donderdag 10 juli 2014


Die gelukkig makende combinatie                                      

Als er iemand met succes een ster was in het focussen, dan was het wel mijn labrador Molly. In ruil voor haar aller-charmantste likjes op hand of wang, haar mooizitterij met de blik scherp en alert afwisselend gericht op de inhoud van een jas- of broekzak en de ogen van degene van wie zij vermoedde dat die haar kon voorzien van iets lekkers, kreeg zij alles voor elkaar.

Van tijd tot namen wij na onze boswandeling de route door het dorp naar huis. Tegenover de ijskraam hield zij de adem en haar pas in. Zij ging zitten en zocht oogcontact met de eigenaar. Hoe ik haar ook aanspoorde, er was geen beweging in haar te krijgen. Ze keek mij aan, richtte zich kort op het winkeltje vol koude zoetigheid en weer op mij. De boodschap was duidelijk. Oversteken. Er wordt op mij gewacht. En zo was het. Iedereen bekeek dit ongewone tafereel en ritueel met een glimlach. Ook de ijscoman.

Soms dwong Black Molly mij tot de aankoop van zo’n heerlijke Italiaanse gelato. Altijd vanille. Want daarvan durfde ik haar ongestraft het laatste restje te geven. Had ik er geen trek in, dan wist ze de verkoper met haar charme om haar poot te winden. Hij vond altijd wel een kapot hoorntje. Ze herkende onmiddellijk de lichaamstaal en handelingen van die lieve man en sprong nog net niet via het loket de tent binnen. Zelden iemand in zó korte tijd zó zien genieten van iets eetbaars. Heftig kwispelstaartend. Hap, snap, op.

Weken we van onze route af, dan rook ze met haar ongelooflijk goede neus dat de slager in beeld kwam. Weer die focus: “Ja, hallo, zeg. Doorlopen? Gaat ‘m niet worden. Mijn bonus is binnen bekbereik! Naar beneden dus…”  Vooruit. Tijd voor Limburgs Kloostervarken. Voor mij dan, natuurlijk. Molly volgde buiten wat er binnen gebeurde en keek met onafgebroken begerige blik haar stukje worst van het hakblok af. Wat hield ze van die slager!

De laatste hobbel moest dan nog genomen worden. De kaasboer. Daar bleef ze keurig liggen op de mat, terwijl haar warme ogen alles volgden – en vooral winkelier Niek. Haar zelfbeheersing duurde tot mijn portemonnee rammelde. Dan brak háár momentje aan. Het werd haar gegund. Wie krijgt er nu kaas met een aai en een knuffel? Het is mij nooit overkomen…

De Berger markt bood eveneens kansen. Of het bos. Menig wandelaar die picknickend op een bankje zat, viel voor haar charmeoffensief, ondanks mijn: “Nee, Molly, niet voor jou!” Haar antwoord? De  snuit een tel gericht op het broodje van de recreant, de tong die even langs haar lippen ging. De staart, ingehouden kwispelend. On-weer-staan-baar. Dus… mmm.

Charisma, charme, focus. Tomeloze dankbaarheid na het bereiken van je doel. Die gelukkig makende combinatie. Onthoud hem. Je hebt er geen coach voor nodig. Kijk eens wat vaker naar het gedrag van dieren.

Mijn zwarte goud: brave, grappige Molly. Ze is er niet meer. Ze heeft me dagelijks vertederd, aan het lachen gemaakt, uitgelaten en bewaakt in onze fantastische bossen. Mens en dier. Over gelukkig makende combi’s gesproken. Wat een voorrecht dat zij bijna 12 jaar lang mijn leven deelde. Je zou ervan gaan kwispelen. Hulde aan de middenstand en de ware hondenliefhebber die ons pad kruiste. En aan dierenarts Maaike Dolk, die Molly begeleidde, zodat ze vol overgave in alle rust vorige week thuis kon inslapen. Haar kop op mijn arm.

 
Deze blog is verschenen in het Begens Nieuwsblad van 9 juli 2014