donderdag 5 juli 2018

Zijn
Vorig jaar omstreeks deze tijd besloot ik niet langer door te sudderen op de golven van het leven rondom me, het leven waarin van buitenaf allerlei behoeften gecreëerd worden, waaraan ik eigenlijk totaal geen behoefte hád en héb. Willen we de aarde redden, dan helpt die gasafsluiting niet. Dan dienen we werkelijk in alle opzichten te consuminderen. Dan moeten we onze kinderen hun telefoon laten inleveren, hem zelf wegstoppen en eropuit gaan met ze. Spelen, samen de natuur in. De fantasie kietelen, knutselen. Samen lachen en (op)groeien.Als je alleen al kijkt wat er elk weekend en vaak ook door de weeks georganiseerd wordt om ons bezig te houden. Je hoeft nooit thuis op de bank te zitten. Je kunt altijd iets “beleven”, iets “doen”, “leren” of “afleren”. Iets “kopen” of juist “verkopen”. En véél consumeren. Met de auto, of op de elektrische (!) fiets, een raar fenomeen. Er is ook teveel om te “hebben”. Terwijl we nota bene gewóón al zoveel moeten doen en hebben. Het leven en je sociale netwerk lopen door. Werken snoept de meeste tijd op. Huishouding, gezin, tuin, de dingen die je doet binnen je sociale netwerk. Die worden leuker als iedereen minder “moet”!  
Voor al die opgedrongen invloeden van buitenaf besloot ik me af te sluiten. Terwijl ik iets kocht voor een vriendin bij mijn favoriete Bergerac viel mijn oog toevallig op de uitvergrote attributen van het spel “Scrabble”. Mijn ouders speelden het jarenlang elke avond en vroeger of later wil je dan als kind meedoen. Herinneringen dreven boven, terwijl ik de – in dit geval gekleurde – houten letterplaten door mijn handen liet gaan. In mijn hoofd vormden zich woorden: onthaasten, herinnering. Het was niet alleen tijd voor dat cadeautje, maar ook voor een ijk-momentje. Vanuit jeugdherinneringen werd ik meegezogen naar het nu. Mijn ouders genoten destijds van iets wat ze uit zichzelf haalden. Het verbond hen. En ze gaven mij, hun kind, zelfs nu nog, veel mee. Dat laatste deden ze sowieso. Mijn vader was handig, mijn moeder was altijd bezig met zelfmaakdingen. Toen wij klein waren en op Aruba woonden, leerde ze ons figuurzagen. Op het terras, dé plek om te kliederen. Bij Bergerac, waar alles draait om een gezellig thuis, met in mijn handen het woord ZIJN, stond ik opeens te zijn, mezelf te zijn.

Volgens mij is het leven dáár voor bedoeld. Haal je één letter weg, dan staat er ZIN, als in “zingeving” en “daar heb ik zin in!” Of er staat “ZIJ”. Ja. Zij had zin in zijn en zag de zin in van zijn. Thuis heb ik het uiterst prettig. Steeds dat bezig gehouden worden, dát staat mij zo tegen. Apathisch toekijken of luisteren naar anderen die iets staan te doen, waarbij het me lang niet altijd boeit binnen de huidige zesjescultuur. Het leidt af van waar het in het leven om gaat. Het is slechts opvullen van leegte. Jezelf bezighouden geeft vol-doening, vervulling. Je oefent je motoriek, zet je hersenen aan het werk; maakt je zelfredzaam, het kietelt creativiteit, geeft zelfvertrouwen. Je hebt er anderen wat mee te bieden. Het is niet: in je uppie door het leven gaan. Integendeel. Vanzelfsprekend trek ook ik erop uit. Naar Scorlewald, bijvoorbeeld, waar de jaarlijkse Voorjaarsmarkt plaatshad. Daar heerst warmte, aandacht, liefde, een bijzondere productiviteit en effectiviteit, dat voel je. Die rust! Het weerspiegelt dat we er allemaal mogen zijn, dat je volkomen jezelf mag zijn. De wereld ontspant ervan. Dat is geluk. 
Zo verheug ik me alweer op de International Holland Music Sessions. De jonge musici, díe mogen mij bezighouden. Niet vanwege het entertainen, maar omdat het complete plaatje me raakt: dat talent, de ontwikkeling ervan, de toewijding, het opdoen van podiumervaring, de betrokkenheid van de organisatie. Weer een ultiem voorbeeld van "er ZIJN, waaraan ik me dan mag spiegelen. Die houd ik erin: Zin in zijn. Écht zin in. Zijn...
 
...en ook nog best een goed puntenaantal...
;-)

 

dinsdag 9 januari 2018

Oer-Hollands

Ooit woonde ik aan het riviertje de Alblas dat slingerend de groene Alblasserwaard heel veel charme bezorgde. In de zomer, omdat ik erin zwemmen kon, zij aan zij met mijn drie labradors. Maar als ik mag kiezen, zat hem de jeu toch vooral in de winter, omdat in berijpt of besneeuwd land het water zwart oogde, een contrastrijk gezicht. Begon het vervolgens dóór te vriezen, dan stroomde het bloed sneller door ieders aderen in het lieflijke dorpje. Met zijn allen kéken we dagelijks het ijs dikker. Vanuit mijn eetkamerraam zag ik het opeens gebeuren: aarzelend bond de eerste de ijzers onder, en nog één, kortom: binnen een dag ging het hele dorp uit rijden. Kinderwagens werden voortgeduwd door vaders op hockeyschaatsen, achter gammele stoelen werd door jong en oud geoefend of gekrabbeld en men wandelde langs met kinderen op de slee. Oudere generaties zwierden en draaiden hand in hand in lange jassen  op kunstschaatsen, zelf bond ik de stalen noren onder. Je kon prachtige tochten maken, helemaal tot aan de molens van Kinderdijk, waar het me eens overkwam, dat het begon te sneeuwen en uit die witte mist doemde al klingelend een arrenslee op, voortgetrokken door paarden. Dan schaats je in een kerstkaart. Zoveel rijkdom en sfeer. Meteen stonden de koek-en-zopietenten op het ijs; muziekje erbij, iedereen blij! Molentochten waren georganiseerd, de route werd schoongeveegd en in een lange slinger gleed half Nederland aan ons huis voorbij. Ook bij mij stond de erwtensoep te pruttelen op het fornuis en onze oprit vol met auto’s van vrienden. Nederland en ijs: een mooiere combi bestaat niet.

Mijn hart ging dan ook sneller kloppen zodra ik een overdekte ijsbaan zag verrijzen naast de Ruïnekerk. En wat voor één. Helemaal opgetuigd, met ijskristallen, een poolbeer en een ultra luxe lounge koek en zopie. Hulde aan de ondernemers en de altijd aanwezige, zo aardige IJsmeester voor wie ik van oudsher nu eenmaal een grote vriendschappelijke zwak heb. Zij maakten dit mogelijk, net als de sjouwende mannen die de boel hebben opgebouwd en de gemeente Bergen die dit (ik zou bijna zeggen: vanzelfsprekend) goedkeurden. Vrolijke gezichten alom, want ja, zo’n opbouw alleen al schept een band. Zelfs toen ik ze boodschappen doend voor de voeten liep, kon dat de stemming niet drukken – in tegendeel: het werd beloond met herkenning: een hé Diede / hé jij hier?! – en een warme omhelzing. Daarom houd ik zo van onze dorpen.
Als er zoveel liefde en aandacht in een project zit, dat zelfs mijn favoriete supermarkt er financieel voor zorgt dat wij via onze inkopen aldaar gratis toegangskaarten kunnen sparen, kan ik niet alleen vanwege dat schaatsen mijn beste Deentje voorzetten. Dus heb ik me als vrijwilliger opgeven.  

Beetje jammer dat er soms wat lelijke opmerkingen overheen glijden. Voor deze keer: IJs erover. Laten we dat glijden nu toch eens gewoon uitsluitend doen op de baan omdat het kán. Effies die negativiteit bevriezen die wel eens de ether ingestuurd wordt. Positiviteit trekt véél meer goeds aan, dan elke keer die narigheid. Net als ijzel levert het meer kwaad dan goed op. Laten we liever gezellig met zijn allen gaan genieten op een manier waar Holland groots in is. Is het niet leuk het goede voorbeeld te geven door onze kinderen te laten zien hoe het ook kan? Lekker wintersporten en dankbaar zijn voor dit in de schoot geworpen cadeau. Zelfs ik, alles behalve ondernemend – voor menig schrijfactiviteit werk ik serieus, maar word ik níet uitbetaald – kan zien dat met deze IJsbaan geen winsten geboekt gaan worden. Alleen al het bevroren houden van die best grote ijsplaat doet me rillen. Enne… Soms is het wellicht goed de schade aan het milieu weg te strepen tegen het verbeteren van een ander type milieu. Zeg nou zelf: als íets ons allen kan verbroederen, dan is het IJspret.


Deze blog verscheen eerder als column in het Bergens Nieuwsblad

zaterdag 6 januari 2018

Verwaarloosd...
Na vandaag een flinke boswandeling gemaakt te hebben met May en haar onafscheidelijke bal ben ik nog bezweet en wel van alle inspanningen doorgestoomd naar de zolder: tijd om een was op te hangen en wat stofzuigwerk te doen. Prima, na zo'n lekkere warming-up in de buitenlucht! Eenmaal bezig besloot ik niet alleen de trap naar beneden te zuiveren van hondenharen, maar ook de "slaapetage" en de trap naar de woonkamer. May kan trappenlopen als de beste en gaat altijd op haar kussen in mijn werkkamer liggen, zodra ze hoort dat ik de computer heb opgestart. Daarbij volgt ze me overal op de voet en ik vind het best. Als zij graag in mijn buurt is, mag dat. Dan maar wat extra stofzuigen. Die haren neem je sowieso mee via je statische schoenzolen, dus extra werk brengt het toch met zich mee, zo'n viervoeter in huis. Voorlopig weegt het plezier ruimschoots op tegen dit soort klusjes.
Schaamteloos geef ik toe dat ik de boel een beetje verwaarloosd had, mede door de heerlijk rustige feestdagen, zodat het Dyson stofreservoir helemaal vol zat, nadat elke hoek van mijn huis een beurt had gekregen. Maar wat een feest dat alles nu weer spic & span is!
Ondertussen had ik mijn computer aangezet, omdat ik nog een betaling moest verrichten. Vooruit: dan ook maar even een half uurtje Facebooken. Vandaag, Driekoningen, is per slot de geboortedag van mijn moeder. Zij poogde mij de kunst van het huishoudelijk werk bij te brengen, maar zoals jullie nu begrijpen niet met succes. Gelukkig vielen haar andere opvoedpraktijken en lessen wel als het ware in vruchtbare grond. Zij was een engel en aan haar heb ik veel te danken. Terwijl ik wat foto's bijeenzocht, realiseerde ik me dat zij op deze 6e januari haar 95e geboortedag zou vieren, als zij nog geleefd zou hebben. Een mijlpaal.
Vervolgens vond May het nodig dat ik weer even wat buitenlucht op moest doen, samen met haar. Zo gezegd, zo gedaan, in de schemering. Het leek wat frisser te worden, zou het dan toch nog gaan winteren? Een gezellige binnenkomende mail maakte dat ik toch weer plaatsnam op mijn bureaustoel.
Eindelijk vond ik ook een toepasselijke manier mijn Facebookvrienden een gelukkig 2018 toe te wensen. Het mag nog net, op deze dag. Dan zit de eerste week van januari er alweer op! De dagen lengen al, we gaan naar het voorjaar toe. In mijn tuin bloeit er sinds een week een margriet, een roos staat in knop en twee goudsbloemen staan naar licht te verlangen om zich werkelijk te kunnen openen. Doodeng. We moeten echt met zijn allen werken aan het voorkomen van rampen door het opwarmen van de aarde...
Ten slotte - eenmaal bezig schoon schip te maken - opende ik mijn Blogspot. Jéétje - als ik iets verwaarloosd heb, is het dát wel. Hoewel het tegen achten loopt, ik nog moet koken en eten, vind ik dat ik dit blogje schrijven moet. Op naar méér tekstwerk via mijn Blogspot. May aan mijn voeten, heerlijk opgerold. Ze heeft al met al een prettig leven en dat gun ik haar. Want ooit was ook zij ernstig verwaarloosd. En nu? Ze verstaat alles. Zo kan ik haar op de dingen, die ze niet prettig vindt, voorbereiden. Toen ik vanochtend nog een was ophing, zei ik bij de laatste sokken tegen haar:
'Nu moet ik stofzuigen, May!' En daar ging ze, één etage lager.
'Nu ga ik haren föhnen,' begrijpt ze eveneens als de beste. Onmiddellijk vlucht ze naar beneden, dan kruipt ze op haar kussen in de woonkamer. Nee, als er één niet meer verwaarloosd is, dan is het May. daar laat ik maar wat graag wat haren voor liggen op de trap of elders.

 
Mijn moeder was een engel, aan haar oor fluistert de slak, die ik ben m.b.t. huishoudelijk werk...
  

zondag 11 juni 2017


Positivo – met dank aan het Universum!

Enige tijd geleden ben ik ingegaan op de uitnodiging van Josje de Klerk om lid te worden van haar besloten Facebook-vriendengroep “Succesvol wensen”. Wij kennen elkaar via Het Bergens Nieuwsblad, waarvoor zij regelmatig columns schreef, zoals ik dat nog steeds doe. Zij wilde meer tijd besteden aan haar “Wensenmagazijn” en dat doet ze uiterst consequent en met hart en ziel. Kort door de bocht gaat het er in haar Wensenwinkel om, dat je positief in het leven moet staan wanneer je je dromen wilt realiseren. Je moet de dingen niet alleen wensen, maar het helemaal vóór je zien, alsof je het beste van het beste gewoon al bereikt hebt. Het Universum realiseert alles wat je wil, met een vanzelfsprekendheid, alsof je met een winkelkar door het leven loopt en alle benodigdheden gewoon pakt en afrekent bij de kassa. Zeg nou zelf: dan vertrouw je er toch ook op dat dit hele proces zo werkt? Halverwege de winkel liggen de door jou gepakte boodschappen nog altijd in die winkelkar. Het systeem werkt in op je onderbewustzijn en daarom dien je alles op een bevestigende manier te formuleren. Dus niet: “O, jee, het is druk. Nu kan ik vast en zeker géén parkeerplaats vinden!” maar: “Lekker druk vandaag! Toch weet ik zeker dat ik zó een prachtige parkeerplek vind.” Dit voorbeeld noem ik, omdat ik op deze wijze al zo’n 25 jaar zeer succesvol overal mijn auto moeiteloos neerzet. Alles draait eigenlijk om Vertrouwen. Met hoofdletter!

Iets soortgelijks staat in een boek dat in veel talen is verschenen en dat een enorme bestseller was: “The Secret”. Het ligt op mijn nachtkastje. En laat ik nou ook in 2015 de principes, zoals Josje ze presenteert en zoals ze omschreven staan in dit handzame boek zeer succesvol hebben toegepast? Terwijl de opgave werkelijk bijna on-mo-ge-lijk was!  

De afgelopen maanden kon ik desondanks haar positieve peptalk goed gebruiken en ik ben haar dan ook erg dankbaar voor de manier waarop zij me onbedoeld blééf richten op de wensen die ik voor ogen had gedurende een te lopen weg die ik niet vrijwillig gekozen had, maar die ik toch moest gaan. Onder die gegeven omstandigheden is het gemakkelijk mogelijk, dat je verdwaalt in een doolhof van emoties en hup – dan verscheen er via Facebook weer zo’n bericht dat me met de neus op de positieve feiten drukte. Het leuke was dat er een – wat men noemt – synchroniciteit begon te ontstaan tussen ons tweeën, gebeurtenissen die als het ware als vanzelf elkaar opvolgden of tot stand kwamen. We noemen dat “toevalligheden” maar eigenlijk vallen die dingen je dan gewoon toe, omdat het nu eenmaal zo bedoeld is.

Op 11 juni was Jos jarig. Dus ik dacht: haar via de digitale wegen feliciteren is leuk, maar ik fiets straks even langs haar huis en zet een kleinigheidje voor haar neer. Aandacht maakt alles mooier, zeker in het echte leven. Een boeketje lag voor de hand, maar stel dat zij en haar gezin erop uitgetrokken waren? Het was ’s zomers warm, bloemen zouden dat niet overleven. Vreemd genoeg stonden de aangeboden planten me niet aan. Was het dan niet de bedoeling mijn plan te verwezenlijken? Raar! Ik had het allemaal voor me gezien: mijn fietstas met daarin een attentie, de tocht naar haar huis, de voordeur waar ik “het” stiekem zou neerzetten, lekker in de schaduw. En nu vónd ik niets?! In mezelf mompelde ik: “Als het de bedoeling is dat ik vandaag nog aandacht geef aan Josjes verjaardag, zie ik iets dat helemaal bij haar past!” Op dat moment zag ik achter een stenen pot een stuk van een rechthoekig metalen tekstbord: “I rejoice other people’s successes because I know there is plenty for everyone”. Helemaal Josje, dacht ik. Zelfs dat Engels. Als iemand een ander iets gunt, is zij het wel. Er is meer dan genoeg voor iedereen, is ook mijn overtuiging. Hebbes! Binnen vond ik een kleine witte orchidee in een bakje met een hart. De bloemist (die vertelde er absoluut geen flauw benul van te hebben, dat hij een dergelijk tekstbord überhaupt in de verkoop had) was bereid het in te pakken naar mijn wens. We deden dat gemoedelijk samen. Kaartje eraan, afrekenen. Klaar! “Oeps,” merkte ik en passant op. "Nu moet dit wél de tocht in mijn fietstas  overleven!” Waarop de bloemist, alsof hij bij Josje in de leer geweest was, zei: “Kom op, dat gaat jou lukken, daar moet je dan gewoon op vertrouwen, hoor!” Thank you, Universe, zou Jos zeggen… Dat bedankje kreeg ík, via diverse digitale wegen. Mét foto! Waarvoor dank :-)

zaterdag 18 maart 2017


Janneke

Enige tijdgeleden doorkruiste ik supermarkt Deen en kwam ik tot mijn blijdschap mijn oud-leerlinge Janneke tegen. Als lerares handenarbeid, tekenen en gezondheidskunde (het vak dat kort tevoren nog gewoon kinderverzorging en -opvoeding heette) was ik verbonden aan een school voor Lager Huishoud- en Nijverheidsonderwijs in het dorp Roelofarendsveen, “onder Schiphol” en niet ver van Leiden. Een schoolsysteem dat nooooooit had mogen verdwijnen en een leerling, zoals je er twintig in een dozijn zou willen. Hoezo kleinere klassen? Direct na de basisschool stroomde zij in en gedurende vier jaar volgde ik haar ontwikkeling en vorderingen en zij mijn lessen, wellicht met net wat minder plezier, maar ja..., school blijft altijd school.

We hebben het hier over lang geleden, toen ik veel jonger was dan Janneke nu. Haar ontmoette ik vele jaren na die periode in Bergen, toen ik daar fitnessinstructeur was in De Beeck en terwijl ik dit typ, realiseer ik me, dat het wel bijzonder is, dat ik Janneke zoveel onder mijn hoede mocht instrueren. Het duurde destijds even voordat ik haar überhaupt herkende, al had ze vanaf dat ze begon met fitnessen iets over zich dat me vaag vertrouwd voorkwam. Toen ik op een dag toch eens keek hoe haar achternaam luidde, viel het muntje en vroeg ik haar of ze uit Roelofarendsveen kwam. Ze knikte bevestigend en zei, dat ook ik wel iets had dat haar aan iemand herinnerde. Zodra ik mij bekendmaakte, lachte ze en riep ze al cardio trainend op het stepapparaat: “Oooo, ja, juf Ecury! Streng maar rechtvaardig!” En we moesten hartelijk lachen. Want gelijk had ze. Ik hield van orde in de klas en “nee” was consequent “nee”.

Van tijd tot tijd kwamen we elkaar tegen, maar juist toen ik me onlangs al fietsend naar de Deen zomaar opeens zonder aanleiding afvroeg of ze Bergen misschien verlaten had, omdat ik haar lang niet gezien had, kwam ze op de koekjesafdeling opeens in beeld. Dat was toch sterk! We wisselden een praatje-pot en het was meteen vertrouwd en grappig. Ongeveer ter hoogte van de thee vertelde ze dat ze een andere partner had, ook uit “de Veen”. Meteen dacht ik: misschien iemand van de “tech”? Zo noemden de huishoudschoolmeisjes de jongens van de technische school (een onderwijssysteem dat evenmin had mogen verdwijnen). Kortom: ik was weer helemaal terug in dat dorp waar ik met zoveel plezier gedurende tien jaar gewerkt heb. We waren allebei tamelijk gestrest tussen de gespreksstof door onze boodschappen aan het vergaren. “Ben je gelukkig met hem?” vroeg ik en dat bevestigde ze met die stralende lach van dat grietje van vroeger. Met haar hoofd wees ze naar het roomboterbanketeiland tegenover de kaas. “Daar kom je hem tegen,” zei ze, alweer azend op een ander product, terwijl ik langs hem liep. “Dat hebben jullie goed voor elkaar,” knikte ik hem toe. “Ben je zuinig op haar?” En bij het teruglopen, richting kassa: “Je hebt een juweeltje, hoor, altijd al geweest, en ik kan het weten, ik was haar juf. Je boft, ze is lief en kan alles!” En echt, ik zei niets te veel. Janneke kreeg naast míjn lessen o.a. wiskunde, Duits, Engels, naaldvakken, gymnastiek, koken, bakken en informatie over voeding (huishoudkunde). Daarnaast kregen we geen ijsvrij tijdens de winterperiode, maar gingen we met al die meiden schaatsen op de Braassemermeer. Als dat je niet allround vormt…? Haar vriend bevestigde dat, want de vele facetten van Janneke had hij vast en zeker al ondervonden. Een vrolijk momentje, daar in de Deen.

Maar op weg naar huis bedacht ik me, dat ik echt geen woord teveel gezegd had. En ik realiseerde me, dat het geven van onderwijs bijzonder is. Dat je kinderen iets bijbrengt voor de rest van hun leven, hoe belangrijk is dat? Hoe mooi is het een oud-leerling tegen te komen en te kunnen constateren dat je een bescheiden aanzet hebt mogen leveren aan haar ontwikkeling, zodat ze vervolgens een geheel eigen weg kon vinden? Dat dit in het geval van Janneke toch maar mooi heel góed gelukt was. Het onderwijs mag dan niet zo goed betalen, het rendement echter is hoog en dat is niet in geld uit te drukken!  
Deze blog verscheen als column in het Bergens Nieuwsblad van 1 maart 2017 

maandag 30 januari 2017


Poep aan mijn schoen                                                 

Striptekenaar Jan Kruis is 19 januari jongstleden overleden. Waarom ik daar nu opeens aan denk? Omdat ik altijd dacht, dat het met de hondenpoep in onze gemeente best meevalt. Maar donderdag speelde het lot een spelletje met me. Mijn zool was nog niet schoongemaakt of tijdens de volgende wandeling met onze viervoeter was het gelijk weer foute boel. Niet dat het de grote boodschap van mijn eigen hond betrof. Buitengewoon kieskeurig als zij is, legt ze hem onder de struiken of diep langs een sloot, doorgaans niet de plaatsen waar je gemakkelijk doorheen banjert. Bij de tweede keer dat ik dus ontdekte – zoals mijn moeder altijd zei – “dat ik in het geluk getrapt had”, moest ik denken aan Jan Kruis. Was het niet het vriendje van één van zijn kinderen dat altijd “Jeroen, poep aan je schoen” meekreeg? Nu liet ik het volgen op: “Giselle, stomme oen”, daar ik pas achter mijn computer plotseling róók dat ik dit “geluk” op de een of andere manier níet kwijt was… Vreemd, want ik had vroeg in de middag mijn beide zolen toch superschoon geboend?

Onhandig borstelend boven de plee realiseerde ik me, dat we het alledaagse leven toch beter, net als wijlen Jan Kruis, vol humor en zelfreflectie zouden moeten bekijken. Even nam ik dit minitafereeltje onder de loep, zoals hij dat zou doen. Zoiets relativeert enorm. Dus vandaag gingen Hondlief en ik weer vrolijk flink in de benen, dit keer bedacht op smurrie. De zon scheen, de vorst zat nog in de lucht: tijd voor een wandeling naar Bergen via het bos. Ligt het nu aan mij? Of staat de modus van mijn onderbewustzijn als een soort Wensenmagazijn à la mijn dierbare oud-collega-columnist Josje de Klerk nog steeds aan op: “poep aan mijn schoen”? De hondenbelasting is nog niet afgeschaft, of verdorie – het eerste drukwerk van andermans hond ligt al op mijn pad. Het was nog redelijk gemakkelijk onder het struweel te schoppen, iets wat ik in zo’n geval doe. Schoenpunt even schoonvegen aan een graspol en hup, weer verder. Vervolgens zie ik, dat het voetbalveld tegenover de Teun de Jagerschool bevuild is. Daar wordt door de jeugd gesport, dus dan vind ik dat wij, hondenbezitters, verplicht zijn ervoor te zorgen dat kinderen hier niet door ándermans nalatigheid iets kunnen oplopen. Het is zo eenvoudig een paar zakjes bij je te stoppen, dus: inpakken die shit. Lastiger is het dit vrachtje te lossen. In Schoorl heerst een ernstige vuilnisbakkenschaarste. Maar vooruit, zwaar is het niet, dus zit er niets anders op het voorlopig mee te nemen.

Bergen-Centrum. De stoep tegenover “Hotel de Heerlijkheid”. Oeps. Alweer zowat een uitglijder. Wat heb ik toch? Ik staar naar een vers setje uitwerpselen. En natuurlijk heb ik nu geen poepzakje meer. Het risico lopend dat mijn uiterst hygiënisch te werk gaande zwarte schicht zou worden aangezien als de schuldige stoeppoeper loop ik noodgedwongen door. Vreemd eigenlijk, dat in Schoorl en Bergen aan Zee zakjes voor dit doel hangen, maar dat ze in geen velden of wegen te bekennen zijn, als de nood het hoogst is – in het centrum van Bergen. Alsof wij in Schoorl barbaarser zijn… Dit is nog altijd bedoeld, zoals Jan Kruis er wellicht naar zou kijken, trouwens, met humor. Al heb ik voorlopig mijn buik wel vol van de ontlasting van andermans hond. Want hoe dramatisch de politieke staaltjes shit ook zijn op plaatselijk, landelijk en wereldniveau, het blijven toch de kleine dichtbij-huis-dingen waar je dagelijks over struikelt, als je niet uitkijkt. En dáár kunnen we met zijn allen wél iets aan doen, toch? Met overal (grof gezegd) schijt aan hebben, los je per slot echt niets op.

Enige dagen na dit voorgaande geschreven te hebben, pieker ik op de fiets, of ik deze hersenspinsels nu wel moet insturen. Het Dennenlaantje inrijdend via de Noordelijke Nollen zet de late middagzon me opeens vól in het licht. Mijn vrij lange schaduwbeeld fietst verguld recht voor me uit, te bijzonder om niet naar te kijken. Opeens moet ik remmen, mijn adem houd ik in. Vlak voor me zit een dikke, roodkoperen kat. Edgar Allen Poes, de Je-weet-wel-kater van Jan Kruis? Het dier kijkt me aan, geeft me kopjes en verdwijnt dan nuffig, de staart (mét krul) omhoog, in de bosjes, alsof hij zeggen wil: “Pff, mens! Gewoon doen, poep aan je schoen!” Dag Jan Kruis, humorvolle striptekenaar, (levens)kunstenaar, bedankt, rust zacht.   

Anoniem                                                                                 

Het jaar is alweer lekker op dreef. Gelukkig maar, het leven gaat nu eenmaal onder alle omstandigheden gewoon door. Niet dat het altijd zo leuk is. Sommige ontwikkelingen vind ik ronduit zorgwekkend. Dan focus ik me op het goede, een positieve levenshouding brengt ons verder, is mijn stellige overtuiging. En veel loopt gesmeerd, al jaren, zodanig dat we in feite verwend zijn en al struikelen over het minste of geringste dat ons niet zint. Waar mogelijk de humor ervan blijven inzien, is mijn devies.

Met die wetenschap heb ik me in 2016 schrap gezet toen ik gedurende maanden ten minste twee, zo niet meerdere keren per dat gebeld werd door een anonieme beller of misschien wel door meerdere anonieme bellers of via mij volslagen onbekende nummers. Wanneer ik opnam, hoorde ik niets of werd ik in het Engels met een accent toegesproken. Reden om vriendelijk doch beslist op te hangen. En dat, terwijl ik al meerdere keren het gehele menu van het bel-me-niet-register heb doorlopen. Vanaf het moment dat ik me begon te ergeren, zocht ik het mij onbekende nummer op via Google. Tien tegen één dat er waarschuwende berichten over te vinden waren. Best irritant om ten minste 2x per dag gestoord te worden in je werk door de telefoon die je vervolgens moet laten overgaan tot de tegenpartij er klaar mee is. Dat noem ik dus telefoonterreur. Dan verlang ik naar het goede van de oude tijd.

Alsof dat nog niet genoeg was, bleek omstreeks september dat het e-mailadres, dat gekoppeld is aan mijn website, gekaapt is en ja, dát kun je dus niet uitzetten. Zo ontvang ik de hele dag door berichten van mij onbekende zielen met allerlei exotische namen, via mijn aan mijn eigennaam gebonden e-mailadres. Mijn mailbox stroomt dus over en het vervelende is, dat je toch al die berichten snel even moet scannen, want er kan iemand werkelijk informatie bij je willen opvragen over je boeken of werkzaamheden. Dat kost tijd. Ik vermoed dat het om één en dezelfde persoon gaat die mijn adres verbindt aan honderden nepbedrijven en/of zogenaamde financiële hulpverleners, die wel allemaal gemeen hebben dat ze mij willen verleiden een link te openen, natuurlijk met allerlei gevolgen van dien. Een paar keer per dag, als ik mijn aandacht dien te richten op het verwijderen van die berichten, verlang ik dus naar ál het goede van de oude tijd. Het kost me soms alles bij elkaar een uur. Dat is diefstal!

Onlangs bekeek ik toch eens wat mij zoal via mijn info@adres werd aangeboden. Van oogdruppels tot houtbewerkingsprojecten, een haaientank om binnen een week mijn vet mee te verbranden tot mijn gewenste gewicht, een wonder-anti-obesitasdrankje, dan wel iets om op eenvoudige wijze mijn batterijen te vernieuwen. Nu kon ik in die periode wel wat extra energie gebruiken, alleen al door de immense nonsens die de revue passeerde. Zouden er nu werkelijk mensen zijn die denken dat anderen hier behoefte aan hebben? Dan zwijg ik nog over de seksualiteit bevorderende zooi die me werd aangeboden, echt heren, dingen die ik u met de beste wil van de wereld niet zou willen aandoen, maar die me doet vermoeden dat wereldprobleem nummer één toch wel te maken heeft met erectieproblemen. En alles in dat Engels: “How my ex would crawl back to me” (Viviana), “How my husband would be hard all night” (Mildred) – dat bedoel ik dus, heren, die Mildred! Je moet er toch niet aan denken! – of, ook leuk getoonzet: “How to get him a stiffy” (Kelly) of “How to get your husband’s equipment better” (Jayden). Tragisch! In meerdere opzichten, als u begrijpt wat ik bedoel. Ook hier ben ik helemaal klaar mee. Het valt niet meer te ontkennen: ik verlang naar die goede oude tijd.

Het positieve? Het schijnt niet te liggen aan mijn al enigszins vorderende leeftijd. Je hoort het brommen bij alle generaties. Nu ben ik dus héél benieuwd wat de techniek voor ons in petto heeft om op eenvoudige wijze te kunnen ontkomen aan de frustraties van anderen die jou daarmee lastig vallen. Eén maatregel hebben wij zelf genomen. We hebben sinds kort een geheim nummer. Nu ben ik zélf een anonieme beller… En opgelet: inmiddels werkt mijn website www.giselle-ecury.nl weer met een contactformulier, info@giselle-ecury.nl is afgesloten.